Levin (Betje Rachel)

Laatste wijziging: 27 april 2016

Betje Rachel Levin (Appingedam, 19-2-1927)1

In februari 1944 haalde de Urker verzetsman Harmen Kramer samen met ’tante Nel’ Feekman-Rot, een verzetsstrijdster uit Zaandijk, een joodse onderduikster op uit de Zaanstreek. Haar naam was Betje Rachel Levin.

Zaandijk
Betje bracht haar jeugd door in Appingedam, in de Schoolstraat 5, maar woonde sinds augustus 1939 bij familie in de Rapenburgerstraat 177. Tijdens de bezetting zat ze waarschijnlijk verborgen in Zaandijk. Wellicht bij de weduwe Neeltje Feekman-Rot in de Oud Heinstraat 3, misschien ook ergens anders. Een in Zaandam wonend familielid van Kramer, Harm Gerssen (actief in de ‘wilde’ verzetsgroep Koog-Bloemwijk) kwam oorspronkelijk uit Urk en via de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO), waarin enkele Zaankanters leidende posities bekleedden, was er veel contact met de Urker verzetsbeweging.

Betsy
Betje Rachel Levin had als schuilnaam Betsy. Ze had zwart krullend haar, een ronde bril en gedroeg zich vrij kinderlijk voor haar leeftijd. Harmen Kramer schreef later in een brief over haar: “In februari 1944 ben ik in de Zaanstreek, daar komt een Wijkverpleegster, Zuster Feekman, naar mij toe, en heeft het over een treurig geval aangaande een Joods meisje.” Toen Betje in februari 1944 werd opgehaald en met begeleiding per trein van Zaandam naar Enkhuizen reisde, kwamen er drie Duitse politiebeambten in de coupé zitten. Ze kon zich verbergen achter de rug van Harmen Kramer, waardoor ze niet opviel als joods meisje. Na in Enkhuizen de nacht te hebben doorgebracht bij de familie De Vries in de Nieuwstraat reisden Kramer en Betje Levin door naar Urk. Daar werd ze overgenomen door een andere verzetsman, die haar in het dorp naar Albert en Klaasje Ras bracht. Uit naoorlogse notities van Klaasje Ras: “Die jodin noemden wij ’tante Annie’, want ze had een vals persoonsbewijs van een Annetje Kramer. Daar had Cees Koffeman, die op het gemeentehuis zat, voor gezorgd.”

Amsterdam
Betje Levin verhuisde in de navolgende maanden van schuiladres naar schuiladres, al die tijd in Urk, tot het risico te groot werd en ze werd opgehaald door een vrouw. Daarna werd er niets meer van haar vernomen. Haar ouders, veehandelaar Salomon Levin en Henriette Levin-Weyl, zijn in 1942 omgebracht in Auschwitz. Na de bevrijding woonde Betje Levin weer in Amsterdam. Ze verhuisde daar enkele malen. Als laatste adres in de hoofdstad werd op 16 juli 1985 de Harry Koningsbergerstraat 4 geregistreerd.

Stichting Urk in Oorlogstijd-Joodse onderduikers en hun Urker helpers (Urk, 2014); www.communityjoodsmonument.nl; www.urkinoorlogstijd.nl; Informatie van Robert Hofman (13-4-2015 en 11-2-2024); Aantekeningen van Klaasje Ras (oktober 1984); National Archives; Adresboeken 1941 en 1946 Zaanstreek; Persoonskaart Stadsarchief Amsterdam; Synagogeappingedam.nl; Beeldbankgroningen.nl