Löwenstein (Mozes)

Laatste wijziging: 27 april 2016

Gezin Mozes Löwenstein (Groningen, 31-7-1860 – Sobibor, 21-5-1943)1 en Martha Löwenstein-Soesman(Onstwedde, 1-1-1863 – Westerbork, 9-5-1943)

Mozes staat voor zijn pensionering in het bevolkingsregister genoteerd als ‘werkman van de rijstfabriek’. Hij werkte onder meer bij rijstpellerij De Vrede en mengvoederfabriek Zwaardemaker. Met Wolf Bosboom*, Ies Drukker* en de vader van Saul Smit* behoorde hij tot de weinige joodse arbeiders in de Zaanstreek. Mozes is waarschijnlijk aan het eind van de negentiende eeuw met zijn vrouw voor werk naar het Westen gekomen.

Gezinssituatie

Het echtpaar kreeg tien kinderen: Leentje (‘Lena’) (Amsterdam, 17-10-1888), Hanna (‘Anna’)(Amsterdam, 21-5-1891), Betje (‘Bets’)(Amsterdam, 4-1-1895), de tweeling Sophia (‘Sophie’)* [ 210-13] en Rozetta (‘Rosette’)(Amsterdam, 22-6-1897. Rosette overleed 1-6-1913), Louis (Amsterdam, 28-1-1899), Louise* [018-3] (Amsterdam, 1-5-1901), Meijer (Zaandam, 7-1-1904), Isidoor (Zaandam, 10-6-1906, overleden 13-3-1907) en Isidoor (‘Ies’)(Zaandam, 29-6-1909).

In maart 1902 kwamen Mozes en Martha Löwenstein met zeven kinderen -bijna allen meisjes- vanuit Amsterdam naar Zaandam. Ze betrokken een woning aan de Schoolmeestersstraat 76. Na een jaar verhuisden ze naar nummer 68, waar het gezin twintig jaar bleef wonen. Daar werden nog drie jongens geboren, van wie Isidoor binnen een jaar stierf. Het laatste kind kreeg dezelfde naam. Mozes, op klompen, en Martha, in schort, laten zich rond 1920 met deze Ies achter het huis trots op de foto zetten. Een Zaans schuurtje maakt het beeld compleet.

De dochters

Het oudste kind, Leentje, keerde al in 1904 terug naar Amsterdam. Hanna trouwde in 1915 een handelsreiziger, Jacob Overbeek*. Zus Bets ging in hetzelfde jaar het huis uit, naar Schiedam. Sophia en Louise vertrokken in 1917 naar Amsterdam. Louise trouwde en kwam begin jaren ’30 terug naar Zaandam. Sophie trouwde met de drukker Jan Moerbeek*. Bets huwde in 1919 machinist Hendrik-Jan (‘Henk’) Vas*.

De zoons

Van de jongens verhuisde Louis, ‘werkman meelfabriek’, eind 1923 naar het Belgische Borgerhout. Hij ging later in Amsterdam wonen. Daar trouwde hij met de joodse Sara Wijnschenk. Het echtpaar kreeg twee kinderen en woonde tijdens de oorlog op de Vrolikstraat (zie verder bij Louise Boerkoel-Löwenstein*). Meijer, ‘machinaal houtbewerker’, raakte in een shock toen hij een heistelling zag omvallen. Hij werd in december 1925 opgenomen in het provinciale ziekenhuis van Medemblik en verbleef later in een psychiatrische instelling te Zeist. Ies begon in hartje Zaandam een meubelzaak. Ten tijde van de Duitse inval verbleven Hanna, Sophia, Bets, Ies en Louise nog of weer in de Zaanstreek. Hun wedervaren is elders op deze website te vinden.

De ouders

In juni 1933 verhuisden Mozes en Martha naar Oostzijde 151. Ze waren gepensioneerd en hadden vermoedelijk alleen nog Ies in huis. Hun laatste Zaanse onderkomen was een houten dijkhuisje, gelegen onder straatniveau. Het was eigendom van fabrikant C. Kamphuijs en stond voor de aan de Zaan grenzende rijstpellerij De Phoenix.2 Kleinzoon Max Olij bewaart een foto van Mozes en Martha bij een bejaardenuitstapje in 1939. Ze zitten met vier leeftijdgenoten aan een tafeltje onder de berkenbomen van een uitspanning, speeltuin op de achtergrond, en drinken een kopje thee of koffie. Allen zijn op hun ’s zondags en dragen een anjercorsage. Mozes Löwenstein heeft het hoogste woord. Vanwege hun leeftijd hoefde het echtpaar in januari 1942 niet naar Amsterdam.

Lees meer

Deportatie

Binnen een jaar kreeg het nog steeds in Zaandam wonende echtpaar een oproep voor Westerbork. Ze zouden nu moeten deelnemen aan de ‘arbeidsverruiming in Duitschland’. Verzetsman Leendert Boerkoel, gehuwd met Louise, had een schuilplaats geregeld voor zijn schoonouders. Op het Amsterdamse Centraal Station probeerde hij hen en een meereizende schoonzoon te overtuigen dat onderduiken beter was. Hij slaagde niet in zijn opzet.3 Martha Löwenstein-Soesman stierf op 9 mei 1943 in Westerbork, 80 jaar oud. Zij was de tweede van de groep verdreven Zaanse joden die in Westerbork overleed. Mozes Löwenstein ging negen dagen na het overlijden van zijn vrouw, op 18 mei 1943, op transport naar Sobibor. Daar werd hij onmiddellijk na zijn aankomst op 21 mei door vergassing om het leven gebracht. Hij was 82 jaar.

Verwanten

Hun enige joods getrouwde kind, Louis, werd ook gedeporteerd. Hij stierf op 29 februari 1944 in Kommando Meuselwitz, een kamp onder Leipzig, niet ver van Buchenwald. Zijn zoon Maurits (Amsterdam, 19-1-1927) kwam eveneens in een werkkamp om, ergens voor 31 maart 1944. Vermoedelijk moesten vader en zoon uitstappen in Cosel (Opper-Silezië), van waaruit mannen tussen 15 en 50 jaar over werkkampen werden verdeeld. Louis’ echtgenote Sara Löwenstein-Wijnschenk (Amsterdam, 11-2-1898) werd op 26 oktober 1942 in Auschwitz om het leven gebracht.

NSB

Na het gedwongen vertrek van het echtpaar Löwenstein uit Zaandam werd hun woning aan de Oostzijde 151 toegewezen aan de huisschilder C. Constant. Hij was lid van de NSB. Erg lang bleef hij niet in het tochtige huis. Aan het eind van de oorlog woonde hij in de wat beter gesitueerde Burgemeester Versteegstraat.