Pais (Jozeph/Joseph/Jos)

Laatste wijziging: 27 april 2016

Gezin Jozeph/Joseph (‘Jos’) Pais (Zaandam, 26-11-1898)1 en Sientje Pais-Broekman (Amsterdam, 19-1-1900) met Henderine (‘Henny’) (5-6-1927) en Aäron (‘Arie’ of ‘broertje’) (23-2-1931)

De oudste zoon van het Friese gezin Pais werd in 1927 winkelier in rijwielen, onderdelen, gereedschappen, radio’s en elektrisch speelgoed. Zijn winkel en woning bevonden zich aan de Hoogendijk 28/hoek Czaar Peterstraat. Het echtpaar kreeg er twee kinderen. Arie speelde wel eens met Regina Lewkowicz*; zij vertelde dat de oude heer Drilsma de twee kinderen soms een snoepje gaf dat uit een heel mooi doosje kwam.2 Arie ging evenals Regina naar de voorname School 9. Hij staat op de klassenfoto van een schoolreisje naar Schoorl (1938). Henny staat als oudste bruidsmeisje op de huwelijksfoto van haar oom Loe.

Winkel

Dit Handelshuis Czaar Peter was onderdeel van een mooi groot hoekhuis. Het Handelshuis viel op door originele reclames. Het Zaans Namen Lexicon3 geeft er twee: “HET IS MIS schien de juiste tijd uw fiets op te knappen” (1927) en “KIND ZOEK niet langer, kom even naar Pais’ rijwielhandel” (1929).

Synagoge

Jos Pais was met Arnold Vet*, Jacob Drukker* en Jacob Speijer* vanaf ongeveer 1930 lid van het synagogebestuur. Hij was in 1939 voorzitter, Arnold Vet secretaris en de later toegetreden Georg Rosenbaum* vice-voorzitter en parnas. Sientje Pais was, evenals aanvankelijk haar zwager Abraham* en tien anderen, lid van het comité dat het 75-jarig bestaan van de Zaandamse synagoge voorbereidde. Bovendien was Sientje presidente van de vereniging Joodsch Zaandam. Die legde zich blijkens haar felicitatie bij het jubileum van de synagoge toe op de aankleding van de sjoel.

‘Joodsch Zaandam’

Godsdienstleraar Michel Philipson* richtte vlak voor de oorlog een uit vier getypte pagina’s bestaande joodse krant op die eveneens de naam Joodsch Zaandam kreeg. Jos Pais schreef twee stukjes in de drie verschenen nummers van dit contactorgaan. In september 1939 nam hij het voorwoord voor zijn rekening. In januari 1940 was het openingsstuk ’75 jaar’ van zijn hand. Het is ondertekend met ‘Joz. Pais Azn’. De eerste alinea gaat als volgt: “Voorwaar een jubileum van ons Sjoelgebouw, dat even tot een oogenblik nadenken stemt. (…) Hebben onze voorouders kunnen vermoeden met welke geestelijke moeilijkheden dit volk thans te kampen zou hebben? (…) Gode zij dank is ons dit [nl. het uit kunnen dragen van geloof en overtuiging] tot op heden in ons nooit volprezen Nederland nog mogelijk gebleven. Maar zien wij om ons heen naar de geweldige rampen en tegenspoeden welke het Jodendom treffen, dan nog meer zegt ons dit jubileum. Want daar zien wij dat Godshuizen, welke wellicht korter bestonden, verbrand en geplunderd werden.”

Lees meer

Oorlog

Op 4 augustus 1940 plakten NSB’ers het biljet ‘Nederlanders, koopt niet bij Joden’ op de ruiten van Pais’ winkel, net als ze deden bij de andere joodse zaken op de Hoogendijk. Overigens maakte in die dagen ook een niet-joodse winkelier van de Hoogendijk (nr. 108) melding van een dergelijk incident. Pais toonde zich niet onder de indruk van de bezetter en diens handlangers. Op 23 augustus plaatste hij een ietwat spottende advertentie in het reclameblad De 7000: “Wij leven in een duisteren tijd! Maar… er is een lichtpuntje, onze Voetgangersverlichting voldoet aan de hoogste eischen.”

‘Joodsche vlag’

Zeven weken later, op de ochtend van 12 oktober, gaf ‘een persoon die zijn naam niet wilde noemen’ bij het politiebureau te kennen4 ‘dat bij Pais een Joodsche vlag uithangt’. Of deze kon worden verwijderd. Een politieman ging op onderzoek uit en stelde vast dat er sprake was van een Zweedse vlag. Bij de heer Amons in de bovenwoning van Hoogendijk 28a, boven Pais, was het viceconsulaat van dat land gevestigd. Nog diezelfde nacht, rond 1.30 uur, werden de ruiten van Pais’ onderneming ingegooid. Hij zette schutten tegen diefstal en er werd een rechercheonderzoek aangekondigd. Pais kreeg steun vanuit de bevolking. Dagblad De Zaanlander berichtte over ‘schade door baldadigheid’ en Pais zette hierna een mededeling in de krant dat de zaak ‘gewoon geopend bleef’. Hij kreeg vervolgens ‘vele blijken van belangstelling en daadwerkelijke steun’, waarvoor hij enkele dagen later via een nieuwe advertentie zijn ‘Vrienden, kennissen en Buren’ bedankte.5

Anti-joodse maatregelen

In diezelfde maand moest Jos Pais zijn eigendommen via de Kamer van Koophandel bij de Wirtschaftsprüfstelle laten registreren als ‘joodse onderneming’. In maart 1941 vond de ‘arisering’ van het Handelshuis plaats. Er kwam een niet-joodse bewindvoerder. Eveneens in maart werden de radiotoestellen van de joodse burgers ingenomen. Geen van de vier huishoudens Pais gaf eind april 1941 op een radiotoestel te bezitten. Voor Jos Pais, die op het formuliertje invulde winkelier te zijn ‘in electrische, Rijwiel- en Radio-onderdelen’ lag het toch iets anders. Ter verduidelijking voegde hij toe: “Zoals opgegeven bij de PTT, een radiotoestel voor het uitproberen van div. onderdelen en lampen.” Het is de vraag of de politie dit argument accepteerde.

Rijksinspecteur Lentz

Op 13 mei 1941 stuurde de burgemeester van Koog aan de Zaan Jos Pais een rekening in verband met Levie van Hoorn*. Levie had de leges van zijn aanmelding als jood (3 gulden voor drie personen) niet geheel kunnen voldoen. De gemeente had genoegen genomen met de helft. Het hoofd van de Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters, J. W. Lentz, meende echter dat de 1,50 gulden die ontbrak, verhaald moest worden op de joodse gemeenschap.

Onderduik

Op 15 maart 1942 kreeg de Wormerveerse familie Pais van de politie te horen dat in het pand van hun Zaandamse familie de waterleiding was gesprongen. Niet veel later kwam in de zaak op de Hoogendijk een café van Jan Boekelaar, een zwarthandelaar en (soms in Duits uniform geklede) overvaller die op 23 februari 1945 door de Binnenlandse Strijdkrachten werd geliquideerd.6 Jos Pais en zijn gezin waren inmiddels ondergedoken in de Wieringermeer en overleefden de oorlog.

Plundering

Bij terugkomst in Zaandam, na de bevrijding, bleek de winkel aan Hoogendijk 28 volkomen leeggeplunderd. De inventarislijst was zoek en het echtpaar kreeg geen enkele schadevergoeding. Hulp van de organisatie Nederlands Volksherstel hielp hen de eerste maanden door. Jos Pais, een erkend installateur voor gas en elektra, begon daarop in de Burchtgalerij, op Zuiddijk 28, een elektriciteitswinkel en lampenzaak. Die zou later door zijn zoon Arie worden overgenomen. Jos Pais werd in 1945 lid van het voorlopige bestuur van de joodse gemeente, en na enige tijd voorzitter. Hij overleed op 2 februari 1976, zijn vrouw Sientje op 3 februari 1992. In de rouwadvertentie wordt gemeld: “Zij was de laatste telg van haar generatie.” Hun laatste rustplaats bevindt zich op de joodse begraafplaats aan de Westzanerdijk.

Verkoop synagoge

Arie Pais emigreerde eind jaren ’80 naar Curaçao, waar zijn vrouw vandaan kwam. Zijn echtgenote had voldoende middelen om in 1972 de Zaandamse synagoge te kopen. Ze verhuurde het gebouw aan kunstcentrum Zienagoog. In 1987 wilde zij het voormalige gebedshuis laten slopen, om er winkel- en woonruimte te kunnen realiseren. De Nederlands-Israëlitische Gemeente kon dit voorkomen door het historische gedeelte van het gebouw op de provinciale monumentenlijst te laten plaatsen.7