Pergamenter (Werner)

Laatste wijziging: 27 april 2016

Echtpaar Werner Pergamenter (Leipzig, 24-3-1908)1

Werner werd op 29 oktober 1936 als ‘Isr'(aëlitisch), ‘koopman’, ‘vr'(eemdeling) en zoon van Arthur Pergamenter en Martha Dehlendorf uit Berlijn ingeschreven in Amsterdam. Zijn moeder was niet joods. De nazi’s beschouwden Werner als een halfjood. Hij ging vanuit een huurkamer in de hoofdstad wonen in Zaandam, op achtereenvolgend Noordschebos 29 (bij de weduwe Thijme Plekker), P.L. Takstraat 40, Krugerstraat 17, Veeringstraat 19 en Schiermonnikoog 22a. Alleen al in 1937 verhuisde hij driemaal.

Dameshoeden

Op 9 maart 1939 kwam Marie Auguste Jarozwiez (Teltow, 30-9-1912) over uit Berlijn. Zij had ‘geen godsdienst’. Werner was een broer van Johanna Rosenbaum-Pergamenter*, die met haar gezin al sinds november 1934 in Zaandam woonde. Het echtpaar Pergamenter woonde aan de Oostzijde en de Czaar Peterstraat. Een politierapport van november 1940 noemt Werner marktkoopman. Het echtpaar woonde toen op Schiermonnikoog 22. Werner -en zijn echtgenote mogelijk nog meer- was een zakenpartner van hoedenfabrikant Erich Poppert*.

Vlucht

In een naoorlogs verslag beschrijft hun buurtgenote T. van Til-Duijs hoe het het echtpaar Pergamenter in Duitsland en Nederland verging. Werner Pergamenter was zijn geboorteland ontvlucht vanwege de antisemitische dreiging. Die vonden hij en zijn vriendin Marie zo groot dat ze toen Marie in verwachting raakte, besloten tot een abortus. De daarbij ontstane complicaties overleefde ze maar net aan. Werner vluchtte naar Nederland, Marie volgde hem korte tijd later. Op 29 maart 1939 traden ze in het huwelijk. In hun bescheiden Zaandamse woning zetten ze een bedrijfje op dat dameshoeden verkocht en ‘vervormde’. Het vrijgevige stel was populair in de wijk en kreeg van buurtkinderen de benaming ‘tantie en meneer’.

Oorlog

Werner behoorde tot de Duitse vluchtelingen die in het begin van de bezetting werden gearresteerd. Het echtpaar werd op 21 november 1940 opgehaald door de Zaandamse politie. Dat gebeurde op verzoek van de Sicherheitspolizei in Den Haag, die hen diezelfde dag om 11 uur kwam afhalen.2 Kort na de oorlog vertelde Maria in een getuigenverhoor hoe dat was gegaan: “Enige maanden na het uitbreken van de oorlog met Duitsland, dit was 20 november 1940, verscheen aan mijn woning te Zaandam, Schiermonnikoog no. 22a, twee leden van de Grüne Polizei, waarschijnlijk met het doel ons te arresteren. Wij waren die dag niet thuis, waarna volgens de buren genoemde ‘Grüne’ weer zijn vertrokken. De volgende dag, 21 november 1940, des morgens om 6 uur, werden wij uit bed gehaald door rechercheurs van de gemeentepolitie van Zaandam, genaamd Van der Schaaf en Jongepier.” Johannes Jongepier, die nadien de Zaanse illegaliteit meermalen van dienst zou zijn, verklaarde na de oorlog geen keuze te hebben gehad: “Gelegenheid tot waarschuwen was er voor mij niet, want nadat Van der Schaaf mij opdracht had gegeven moest ik direct met hem vertrekken naar de woning van Pergamenter.”

Lees meer

Scheveningen

Het echtpaar werd via het Zaandamse politiebureau naar het Scheveningse ‘Oranjehotel’ gestuurd en kwam pas op 13 maart 1941 weer vrij. Marie Pergamenter: “Dankzij het Zwitserse gezantschap werden wij op laatstgenoemde datum uit de gevangenis van Scheveningen ontslagen. Na mijn ontslag werd ik, omdat ik met een jood was getrouwd, statenloos verklaard. Ik heb mij weer in Zaandam gevestigd en mijn man is vrijwel gedurende de gehele oorlog ondergedoken geweest.” Onbekend is waar dat was.

Zuster

Een zuster van Werner, Lotte, woonde met haar man Josef Barchasch en hun drie zonen Marcel, Ralph en Freddy in Den Haag. Dit joodse gezin liep acuut gevaar, reden voor Werner en Marie om voor hen een onderduikadres te zoeken. Dat werd gevonden bij een onderwijzeres, die een zolder op de Haagse Stationsstraat beschikbaar had. Eind 1942 betrok de familie Barchasch de met een noodkachel te verwarmen zolder. Werner en Marie boden hulp waar ze konden, helemaal toen Josef ernstig ziek werd. Maar in het voorjaar van 1943 ontdekten de Duitsers het joodse gezin. Toen hun Zaanse familieleden een dag later langskwamen, was het onderduikadres leeggehaald. Het gezin Barchasch werd op 23 mei 1943 in Sobibor om het leven gebracht.

Vervolg

Het echtpaar Pergamenter overleefde de oorlog. In Zaandam woonde na de bevrijding Werners neef Manfred Rosenbaum* korte tijd bij hen. Het echtpaar emigreerde in 1948/’49 naar Fort Lauderdale in de Verenigde Staten. Werners zus Johanna Rosenbaum-Pergamenter en haar echtgenoot overleefden de jodenvervolging niet.

Voetnoten

1 H6; Gezinskaart (Jarozwiez); Mededelingen van B. Vollmann-Petersen en G. Klitsie uit Zaandam (1998-1999) en van Erik Schaap (Jaroszewicz); GAZ-archief Jan Bruin, doos A03-11 (verslag T. van Til-Duijs d.d. 21-4-1980); Nationaal Archief, CABR-dossier Johannes Jongepier

2 GAZ, SA Zaandam 175