Polak (Jacob/Jaap)

Laatste wijziging: 27 april 2016

Jacob (‘Jaap’) Bertus Polak (Leeuwarden, 19-2-1897)1

Jaap Polak was getrouwd met Hanna Polak-van Gelder (Rotterdam, 4-8-1897) en had met haar twee kinderen, Felice en Herman. Het in Deventer woonachtige gezin overleefde de oorlog door alle vier onder te duiken op verschillende adressen.

Docent

Jaap Polak was in Deventer docent Engels op de Middelbare Handelsschool (de latere hbs-A) en gaf ’s avonds les op de Koloniale Landbouwschool en Handelsavondschool. Vanaf 1941 was hij leraar op joodse scholen in Zwolle en Arnhem. In oktober 1942 brachten Jaap en Hanna hun jonge kinderen met behulp van Tine Kramer onder op twee verschillende adressen. Zoon Herman (26-2-1937) weet dat Tine in 1942 aan zijn ouders voorstelde om hem en zijn drie jaar oudere zus mee te geven, opdat zij hen elders kon huisvesten.

CS-6

In de jaren 1939-’41 deed Tine (Boeke-)Kramer (Oterleek, 24-1-1919 – Haren, 16-2-2018) in het Zaandamse gemeenteziekenhuis de verpleegstersopleiding. Ze kreeg echter van de ziekenhuisdirectie te horen dat ze vanwege haar anti-Duitse houding niet te handhaven was. Ze vertrok daarop met een vriend naar Amsterdam en ging in het verzet. Hun groep van studenten en kunstenaars was verbonden aan CS-6, de verzetsorganisatie die bijeenkwam bij de familie Boissevain in de Corellistraat 6 te Amsterdam. Tine kreeg contact met joodse ouders die hun kinderen wilden laten onderduiken. Het zou op den duur om dertig kinderen gaan.

Oostzijde

Waarschijnlijk in mei of juni 1943 dook het echtpaar Polak ook zelf onder. Hanna kwam in de Achterhoek terecht. Jaap belandde in huis bij twee ongetrouwde zusters, aan de Oostzijde 44. Daar bleef hij tot de bevrijding. Dankzij een vals persoonsbewijs kon hij in Zaandam gewoon over straat lopen, een mogelijkheid die hij enthousiast benutte. Het Nationaal Steunfonds zorgde, in de persoon van Zaandammer Willem Hart, dat er maandelijks 65 gulden werd afgeleverd bij de zusters, opdat ze konden voorzien in de eerste levensbehoeften van hun gast.

Landsmeer

Meteen na de bevrijding ging Jaap Polak op zoek naar zijn zoon, die hij meer dan twee jaar niet had gezien. Herman was op achttien achtereenvolgende plekken ondergebracht, maar zijn vader wist niet waar hij op dat moment verbleef. Hij vernam van een jongetje in Landsmeer dat wel eens zijn zoon zou kunnen zijn en ging op zoek. Toen hij hem vond en het voor het eerst sinds lange tijd weer op straat spelende jongetje vroeg: ‘Ben jij Hermannetje?’ holde die huilend weg. Hij herkende zijn vader niet en was geïnstrueerd uit te kijken voor vreemden, die mogelijk onheil konden brengen. Zijn achttiende en laatste onderduikadres was bij Henk en Joke Wormgoor. Het afscheid van zijn tijdelijke pleegouders was moeilijk.

Echtpaar Koops 

Na de oorlog kon de familie Polak niet meteen terugkeren naar hun oude huis aan de Brinkgreverweg 85 in Deventer. Jaap en zijn zoon konden de Grebbelinie niet oversteken en vonden tot die tijd achtereenvolgens huisvesting bij de Zaandamse verzetsmensen Lucas en Aleida Koops (Ooievaarstraat 37) en in een woning aan de Zaan. Het echtpaar Polak is hun verdere leven op de Brinkgreverweg blijven wonen.

Voetnoten

1 www.ettyhillesumcentrum.nl; NIOD-archief 251a, inventarisnummer 23b; www.vredeseducatie.nl; Informatie van Felice Leendertz-Polak uit Wageningen en Herman Polak uit Maastricht (5-6-2009)