Polak (Levie/Lou)

Laatste wijziging: 27 april 2016

Levie Wolf (‘Lou’) Polak (Amsterdam, 26-4-1938)1

Levie was 5 jaar oud toen hij door Zaandammer Piet Bosboom* en diens communistische plaatsgenote Guurt van Houten-van Ederen van huis werd gehaald en een schuilplaats kreeg in Zaandam. Het jongetje overleefde de oorlog op diverse onderduikadressen.

Onderhuurders
Confectiewerkster Judith de Jong (Hoorn, 15-4-1900 – Amsterdam, 29-6-1959) en Wolf Polak (Amsterdam, 9-1-1904) trouwden op 8-3-1934 in de hoofdstad. Wolf was metaalhandelaar voor scheepssloperij Frank Rijsdijk N.V. in Hendrik Ido Ambacht. Hun zoon Levie was na het overlijden van zijn zusje Femmetje (Amsterdam, 4-3-1936) hun enige kind. Het gezin Polak woonde tijdens de oorlog in Amsterdam op de Andreas Bonnstraat 19 I. Ze hadden daar regelmatig onderhuurders en ook Judiths oudste zuster Engeltje verbleef geruime tijd in hun woning. Een van de onderhuurders in 1942 was de uit Zaandam afkomstige Cornelis Mars. Wellicht heeft hij een rol gespeeld bij de onderduik van Levie in Zaandam, een jaar later.

Hollandsche Schouwburg
Levie en zijn ouders waren al een paar keer in de Hollandsche Schouwburg -de verzamelplaats voor Amsterdamse joden- geweest, maar kwamen daar steeds weer uit. Eén keer omdat Levie zogenaamd rode hond had, de andere keer om onbekende redenen. Maar in 1943 werd het toch te gevaarlijk. Levies moeder dook toen onder in Amersfoort. Vader Wolf (Amsterdam, 9-1-1904) dacht zich wel te kunnen redden, maar werd opgepakt en afgevoerd naar Sobibor. Hij stierf er op 21 mei 1943.

Tram
Guurt van Houten herinnerde zich na de oorlog Levie nog. “Ik haalde dat jongetje op. Ondanks het feit dat het voor joden al lang verboden was om met de tram te gaan, hadden we geen andere keus. Ik zette Jopie, dat was zijn nieuwe naam, naast me op de bank en wel zo, dat zijn gezicht naar buiten gericht was. Als de tram zich in beweging zet komt er iemand van de Grüne Polizei langs ons. Plotseling draait Jopie zijn gezicht van het raam weg, ziet de man en zegt: ‘Kijk tante, daar gaat zo’n rot-NSB’er. Hoewel ik er de volgende halte echt nog niet uit moest, heb ik het wel gedaan.”2 De volledige schuilnaam van Levie Polak was overigens Jopie de Jong.

Geïmproviseerd bedje
Het echtpaar Van Houten-van Ederen stelde hun woning aan de Oostzijde 76 open voor meerdere joodse onderduikers. De man had een handel in aardappelen. Piet Bosboom vertelde over huiseigenaar Van Houten dat ‘de man ’s nachts in de schuur in een geïmproviseerd bedje sliep, om de onderduikers maar een bed te geven’.

Diverse adressen
Levie Polak werd in 1943 in Zaandam op meerdere adressen ondergebracht, op de Oost- en de Westzijde. Af en toe verraadde hij zichzelf. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij Andries en Wijtske Selier (Pieter Latensteinstraat 42). Het echtpaar was actief bij het Leger des Heils en liet zich inspireren door de bijbeltekst ‘Verberg de verdrevenen, verraad de vluchtelingen niet’ (Jesaja 16,3). Zij pasten dat toe door tijdens de oorlogsjaren aan minstens zeventien mensen onderdak te verlenen. Andries werkte bij de Artillerie-Inrichtingen in Zaandam en kon van de bedrijfsarts regelmatig ziekteverlof krijgen. Levie: “Ik speelde met de kinderen op straat. Op een gegeven moment kreeg ik een ijsje, waarop ik vroeg: ‘Mogen die opa en oma die boven zitten er ook één?’ Dat waren onderduikers. Mijn verblijf was zodoende van korte duur, een kleine week. Ik herinner me ook nog dat ik bij de Seliers een astma-aanval kreeg. Ze hadden me een ei gegeven, en daar was ik allergisch voor.”3

Makkum
Vanuit Zaandam werd Levie door Piet Bosboom naar onder meer Makkum gebracht. Eerst met de Alkmaar Packet van Zaandam naar Amsterdam en vandaar met de Lemmerboot naar Friesland. Op een gegeven moment zou hij overgedragen worden. De man die hem wegbracht zei dat hij niet mocht weglopen. Voor de zekerheid bond hij Levie met een touw vast aan een boom. Maar als gevolg van een misverstand of omdat er iemand werd opgepakt werd het jongetje niet opgehaald. Het gevolg was dat hij daar ’s nachts vast zat in een bos. Piet Bosboom hoorde dat en is hem toen gaan zoeken. Met resultaat.

Plataanlaan
Op enig moment kwam ‘Jopie de Jong’ terecht bij het echtpaar Reinier en Klasina van Houten, dat aan de Plataanlaan 7 woonde en waarschijnlijk familie was van Guurt van Houten. De communistische pakhuisknecht Reinier en zijn echtgenote lieten hun onderduiker gewoon op straat spelen. Dat ging goed totdat Levie/Jopie aan een ouder buurtgenootje vroeg: “Moet jij geen ster?” In allerijl moest vervolgens voor Jopie een ander adres worden gezocht.

Havenstraat
Onbekend is of het voor of na dit incident was, maar Levie verbleef -nog altijd met dezelfde schuilnaam- ook een aantal maanden bij Johanna Francisca de Munck-Siffels (Zaandam, 3-2-1920) in de Zaandamse Havenbuurt. Terwijl haar echtgenoot Dingeman, die actief was binnen de communistische illegaliteit, ondergedoken was in Amsterdam, verzorgde Franci de Munck-Siffels het joodse jongetje. Dingeman en Francis woonden aan de Torneastraat 18. Jopies vader is wel eens bij zijn zoon op bezoek geweest in Zaandam, maar hij schijnt nadien -in ieder geval vóór mei 1943- in Breukelen of Abcoude te zijn gearresteerd.

Geblondeerd
De donkerharige Jopie werd, om zijn uiterlijk te maskeren, regelmatig geblondeerd. Hij bezocht de nabijgelegen Havenschool en deed gewoon mee in de lessen. Tegen de buitenwereld werd verteld dat Jopie als gevolg van de bombardementen in Amsterdam-Noord naar Zaandam was gekomen. Toen er een razzia dreigde in de Havenbuurt bracht Adri de Munck (1933), die vlakbij Dingeman en haar zus Franci woonde, Jopie tijdelijk naar het huis van een vriendinnetje elders in de wijk, Ettie Spilder. Het liep goed af.

November 1943

In november 1943 liep een echtelijke ruzie zo uit de hand dat Franci de Munck naar de Sicherheitsdienst in Amsterdam ging om haar man aan te geven. Een van de gevolgen was dat Franci zelf ook werd aangehouden (en nadien gedwongen werd voor de Sicherheitsdienst te werken, hetgeen leidde tot een groot aantal arrestaties van verzetsmensen). Daarop bracht Franci’s moeder Jopie terug naar Amsterdam. Ze kon hem niet elders kwijt. Hij werd aan een waarschijnlijk joodse vrouw afgegeven in het Amsterdamse getto, in de omgeving van de Jodenbreestraat/Nieuwe Uilenburgerstraat.

Veenstra

In totaal is Levie op tien tot twintig adressen ondergebracht. De laatste anderhalf jaar zat hij bij stationschef Marten Veenstra en diens huishoudster en latere echtgenote Ietje Dijkstra, een tante van Wijtske Selier. Ze woonden in een houten woning op de Provincialeweg 170, schuin tegenover het station. Hij ging er door het leven als Jopie Veenstra, een neefje uit Rotterdam. Bij de Veenstra’s maakte Levie Polak ook de bevrijding mee. Zijn moeder overleefde de oorlog eveneens. Na de oorlog kwamen moeder en zoon te wonen op de Nieuwe Keizersgracht 65 III in Amsterdam.

Voetnoten

1 Rechtvaardigen onder de Volkeren; Schaap, E. Vrijgevochten. Zaans verzet in nationaal perspectief (1940-1945); Informatie van L.W. Polak (21-3-2007), A. Mandjes-In den Haak uit Zaandam (10-9-2014 en 13-7-2016), A. Siffels uit Amsterdam (29-5-2014) en A. Mandjes en P. van Houten uit Zaandam (30-6-2016); Adresboek voor de Zaanstreek 1941; Gemeentearchief Zaanstad, gezinskaart; www.joodsmonument.nl; Stadsarchief Amsterdam, gezinskaart

2 Citaat uit tekst van G. van Houten, voorgelezen door L.W. Polak op 7-9-1984

3 Informatie van L.W. Polak (21-3-2007)