Querido (Duifje)

Laatste wijziging: 2 mei 2016

Duifje (‘Jop’) Querido (Amsterdam, 18-8-1929 – Den Haag, 13-8-2011)1

Met haar moeder Klara (Amsterdam, 24-6-1900) en zusje Rebecca* moest Jop in de zomer van 1943 na een grootschalige razzia in allerijl Amsterdam verlaten. Verzetsman Hans Blom bracht hen onder op twee verschillende schuilplaatsen in de Zaanstreek. Na anderhalve maand verhuisde Jop van haar Zaandamse onderduikadres naar een gezin met drie kinderen in Zaandijk, waar ze in de huishouding kon werken.2 Over haar komst naar de de Zaanse verblijfplaatsen zei Jop Querido: “Ik werd dat kleine angstige meisje dat al een aantal keren de wurgende greep van de bezetter om haar hals had gevoeld, al vòòr die 2e juni 1943, de nacht van de grote razzia in Amsterdam, waardoor het tijdstip van de onderduik geen uitstel meer verdroeg. Na zes weken in een Zaans gezin te zijn geduld, werd ik doorgeschoven naar Zaandijk, waar het verraad mij drie weken later wist te vinden.”

Arrestatie

Eind augustus 1943 viel de politie de woning binnen en arresteerde er zowel de onderduikster als het gastgezin, het resultaat van verraad. Jop over deze fase, in het boek Onderduik in West-Friesland: “Ik was negen weken ondergedoken in Zaandijk, toen ik werd opgepakt [ze heeft hier de periode in Zaandam meegeteld]. Iemand moet mij hebben verraden dat ik daar was. Politiemannen maakten mij ’s nachts wakker. Ik moest meteen mee.” In het boek Bommen op Heerhugowaard zei ze hierover: “Acht ‘Nederlandse’ agenten wekten mij die nacht, geboden mij om mij aan te kleden en mee te gaan. Mee de overvalwagen in, waar een joods jongetje van één of anderhalf op mijn schoot werd gegooid (zou hij het hebben overleefd?).” Wellicht ging het om de negen maanden oude Jo Robles, die ondergedoken leefde bij de Zaandijkse familie Groot, maar eveneens verraden was en op 27-8-1943 werd afgevoerd. Querido: “Ik moest naar het politiebureau in Zaandam. Ik beleefde een onheilspellende nacht in een cel die slechts een diepe duisternis inluidde, die de dagen die volgden zich voortzette.” Ze werd namelijk met een overvalwagen naar de tegenover de Joodsche Schouwburg gelegen crèche gebracht, in afwachting van transport naar kamp Westerbork.

Vervolg

Jop Querido wist op 7 of 9 september 1943 met hulp van verzorgsters van de crèche te ontsnappen. “Zo ging ik via de naastgelegen tuin van de Hervormde Kweekschool op weg naar een tijdelijke schuilplaats.” Ze werd vervolgens door Cor Wagenaar, die veel joden aan een onderduikadres hielp, achter op de motor naar de gereformeerde familie Gootjes in Heerhugowaard gebracht. “Het enige wat ik had, waren de kleren die ik aanhad, verder had ik niets meer. Cor en Annie Gootjes waren heel aardige mensen met vier kinderen. Ik kreeg een vals persoonsbewijs met de naam Lies de Graaf. Mijn echte naam, Jop Querido, mocht ik niet meer gebruiken.”

Bevrijding

“Waar mijn zus was, wist ik niet. Mijn moeder was ondergedoken in Tuitjenhorn. Ik bleef steeds bang om weer verraden en opgepakt te worden.” Na de bevrijding haalden haar moeder en haar zus Jop op in Heerhugowaard en keerden ze gedrieën terug naar Amsterdam. Jop: “We gingen lopend terug naar Amsterdam. Af en toe konden we een stukje meerijden met de Canadezen die ons bevrijd hadden. De angst om opgepakt te worden is nooit meer helemaal weggegaan.” Haar vader, Jacob Querido (Amsterdam, 19-11-1896) stierf voor of op 31 maart 1943 in gevangenschap, ergens in Midden-Europa.

Zie verder Klara Querido-Rood* in Zaandam.

Voetnoten

1 www.joodsmonument.nl; http://kibrahacha.com; Rechtvaardigen onder de Volkeren; Valkhoff, Ziporah en Withuis, Jolande Leven in een niet-bestaan. Beleving en betekenis van de joodse onderduik; Te Hoven, J. en Spruit, R. Onderduik in West-Friesland. Herinneringen van joodse kinderen en hun redders; Werkgroep Heerhugowaard ’40-’45 Bommen op Heerhugowaard; Trouw (15-8 en 5-9-2011)

2 Volgens Rechtvaardigen onder de Volkeren ging het om een adres in Koog aan de Zaan