Roozendaal (Alexander)

Laatste wijziging: 2 mei 2016

Alexander Roozendaal (Deventer, 20-10-1881 – Amsterdam, 25-11-1948)1

Alexander Roozendaal was een zoon van Leijsen Roozendaal en Louise Roozendaal-Frankfort. Hij was sinds 1920 KNO-arts in het Zaandamse Gemeenteziekenhuis. Hij werkte verder onder meer in het Portugees-Israëlitisch Ziekenhuis in Amsterdam en was lid van de Zaanse Specialistenvereniging.

Familie

Alexander Roozendaal was gehuwd met de eveneens joodse Helena Struch (Amsterdam, 15-5-1887), een dochter van Adolph Struch en Henriëtte Struch-Gonsenheimer. Er waren twee kinderen: Louise (1916) en Adolph (1921). Louise overleefde de oorlog, student Adolph stierf op 31 december 1943 op een onbekende plaats. Het gezin woonde in 1941 in de Händelstraat 17 en in 1943 aan de Amstellaan 53 II.

Oorlog

Als ambtenaar van het Zaandamse Gemeenteziekenhuis moest Roozendaal in september 1940 de Ariërverklaring tekenen. In november werd hij ontslagen, net als zijn collega Th. Philips*. Medisch historicus F. van Soeren schreef daarover: “Ze zijn spoorloos uit Zaandam verdwenen. Er is geen vermelding van hun vertrek, noch in de notulen van de Zaanse Artsenkring, noch in het jaarverslag van Gemeenteziekenhuis en GGD. (…) Niemand, geen medicus noch ambtenaar, heeft de moed gevonden om ook maar één woord te wijden aan deze onmenselijke behandeling van twee gerenommeerde joodse collegae.”2 Eind 1941 werd Alexander Roozendaal voorzitter van de toen gevormde medische commissie van de Joodsche Raad, een adviesorgaan.

In Memoriam

Een In Memoriam d.d. 3 december 1948 in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde bevat weinig tekst over de oorlogsjaren van Alexander Roozendaal. Auteur F. Hogewind beperkte zich tot de mededeling dat Roozendaal zijn werk als toezichthouder bij cursisten logopedie en foniatrie ‘met een onderbreking in de oorlogsjaren tot het allerlaatst heeft volgehouden’. Over Roozendaals tijd in Westerbork, waar hij in september 1943 terechtkwam, is bekend dat hij ook daar als kno-arts werkte. Zijn collega Jacques Tas, een psychiater, kwam in de Westerborkse strafbarak terecht nadat hij illegaal een brief had gepost. Hij kreeg daar een kaakholteontsteking, waarvoor hij naar Roozendaal mocht. “Toen het gevaar voor straf transport voor mij acuut werd, heeft collega Roozendaal mij aangeboden, mij aan een of andere radicale operatie te onderwerpen, om op deze wijze de zaak te rekken”, schreef Tas na de bevrijding. “Ook daar was van zijn kant eenige moed toe noodig, zoodat ik deze houding zeer heb gewaardeerd.” Roozendaal mocht in Westerbork blijven tot de bevrijding. Op 19-5-1945 mocht hij naar huis.

Overlijden

Uit het In Memoriam in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde is ook op te maken dat Roozendaal vice-voorzitter was van het ‘Ned. Isr. Armenbestuur’ en dat hij docent was bij ‘Joodse Artsencursussen’. In november 1946 werd hij bestuurslid van het Joods Maatschappelijk Werk. “Hoewel het bekend was, dat Roozendaal’s gezondheid, vooral ten gevolge van het in de bezettingstijd ondervonden leed, sterk achteruitgegaan was, kwam het bericht van zijn overlijden op 25 November [1948] toch nog onverwacht.” Zijn echtgenote Helena overleefde hem bijna drie decennia. Ze stierf op 14 april 1977 net als haar man in Amsterdam.

School

De herinnering aan Alexander Roozendaal wordt levend gehouden door een naar hem genoemde school in Amsterdam (en een vestiging in Purmerend), waar kinderen met ernstige spraak- en taalmoeilijkheden les krijgen.

Voetnoten

1 Gezinskaart Amsterdam; F. van Soeren, o.c.; Mededelingen van F. van Soeren (1998), Henk Krigee uit Zaandam (1-5-2010) en Marijke van Essen, Historische Commissie Zaans Medisch Centrum (2006); Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (11-12-1948); Informatie van Henk Krigee uit Zaandam (4-8-2010); Ende, H. van den, ‘Vergeet niet dat je arts bent’. Joodse artsen in Nederland 1940-1945

2 F. van Soeren, o.c.