Schatz (Jacob/Jacques)

Laatste wijziging: 4 mei 2016

Jacob/Jacques Schatz (Amsterdam, 20-5-1900)1

Het Alkmaarse echtpaar Klaas Schot (1909) en Geertruida (‘Truus’) Elisabeth Mijntje Schot-Schut (1914) verborg op hun oude huurtjalk met de naam Dankbaarheid jarenlang minimaal drie en waarschijnlijk meer joodse onderduikers. Om hen in geval van nood te kunnen verbergen, werd een schuilplaats getimmerd in het achteronder. Het schip voer door Noord-Holland en lag vele maanden achter elkaar afgemeerd in de Nauernasche Vaart in het buurtschap Nauerna. In het jeugdboek De schipper van de Dankbaarheid zijn de -deels fictieve- belevenissen opgetekend van het echtpaar Schot en drie van hun onderduikers.

‘Sjaak Cohen’

In het romanpersonage Sjaak Cohen is de Amsterdamse onderduiker Jacob/Jacques Schatz te herkennen, die in 1942 aan boord kwam. Hij was bevriend met de eveneens joodse Camille Nijkerk, die al eerder op een voorloper van de Dankbaarheid had meegevaren. De andere twee zijn Camilles nicht Loeki Nijkerk* en Len Swaluw*. Terwijl Klaas Schot in de omgeving op zoek ging naar voedsel voor zijn onderduikers en zich bezighield met andere verzetsactiviteiten, verzorgde Truus het huishouden en fungeerde ze als tussenpersoon voor de buitenwereld. De eveneens meevarende compagnon Cor Mol bewaakte de boot en zijn vluchtelingen. In februari 1945 legden de Duitsers beslag op alle boten, waardoor Klaas een andere schuilplaats moest zoeken voor de joodse onderduikers. Ook daarin slaagde hij.
Schatz overleefde de oorlog. Hij trouwde nadien met Frieda Beeuwkes, met wie hij twee zonen kreeg. Het echtpaar bleef in Amsterdam wonen.

Zie ook Jacob/Jacques Schatz* in Wormerveer.

Voetnoten

1 Rechtvaardigen onder de Volkeren; Bruin, J. de De schipper van de Dankbaarheid (Alkmaar, 1985); Alkmaarsche Courant, 25-2-1981; Gezinskaart Alkmaar; Informatie van Mya Schot (via Onno Hoekmeijer) (17-2-2016)