Schwarz (Levi/Leopold)

Laatste wijziging: 4 mei 2016

Gezin Levi (‘Leopold’) Schwarz (Zutphen, 9-4-1864)1 en Rebecca (‘Betsy’) Schwarz-Vles (Rotterdam, 23-9-1868) met Henriëtte Antoinette Regina (Zutphen, 7-11-1893), Samuel (Zutphen, 3-8-1895), Sara Emma Paulina (Amsterdam, 18-12-1900) en Ella (Amsterdam, 25-3-1905)

De ouders Schwarz kwamen oorspronkelijk uit Duitsland. Ze hadden een groot gezin en dreven een pension in Zutphen. Rebecca Vles kwam uit een joodse familie in Rotterdam, die vanuit de lompen- en metalenhandel een metaalbedrijf opbouwde. Rebecca was het een na oudste kind. Twee anderen uit het grote gezin huwden met een partner uit de familie Schwarz: Antonietta (1870) met Albert, Salomon (1878) met Julie Schwarz (1878).

Zutphen

Rebecca Vles werd in augustus 1892 uitgeschreven uit het Rotterdamse huis op de Baan. Bijna 24 jaar oud vertrok ze voor haar huwelijk naar Zutphen, ‘domicilie L. Schwarz’. Vier jaar later, toen het bedrijf Polak & Schwarz in Zaandam werd gevestigd, verhuisden Leopold en Betsy Schwarz met de twee kinderen Henriëtte en Samuel naar Amsterdam. Daar werden ook Sara en Ella geboren.

Zaandam

Het gezin Schwarz woonde tussen september 1914 en februari 1919 te Zaandam. Daar had het een kapitaal herenhuis aan de Westzijde 57. Aaron Adolph (‘Adolph’, ‘Dolf’) Schwarz (Zutphen, 17-1-1897), zoon van Leopolds broer Ben en ingeschreven als ‘kantoorbediende’, woonde daar vanaf april 1918 eveneens. De familie Schwarz-Vles was eigenaar van de toonaangevende Zaandamse essencefabriek Polak & Schwarz*.

Leopold Schwarz

De familie verhuisde, op zoon Samuel na, in 1919 weer naar Amsterdam. Ze woonden daar op de Oranje Nassaulaan 32, later 50. Leopold bleef wel maatschappelijk actief in de Zaanstreek. Op zijn initiatief was eerder in Zaandam de Handelsschool opgericht. Hij was verder bestuurslid van de Maatschappij voor Nijverheid en Handel. In die functie trof hem tijdens een vergadering in Wormerveer op 5 mei 1920 een hartaanval.2 Hij stierf ter plekke.

Rebecca Vles

Leopolds weduwe Betsy erfde de helft van de aandelen van het bedrijf, de vier kinderen de andere helft. Rebecca overleefde de jodenvervolging niet. Op 5 oktober 1944 bezweek zij op 76-jarige leeftijd in Bergen-Belsen. Zo ook vijf ander leden van de familie Vles (zie B. Schwarz-Vles*).

Leo Polak

Dochter Henriëtte trouwde op 16 september 1917 in Amsterdam met Leonard Polak (Steenwijk, 6-1-1880). Die was toen privaatdocent kennisleer aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. Vier jaar later promoveerde hij er tot doctor in de rechtswetenschappen. Van Groningen kreeg hij de titel doctor honoris causa in de wijsbegeerte. In 1925 benoemde de Amsterdamse universiteit hem, tegelijk met die van Leiden, tot bijzonder hoogleraar in de rechtsfilosofie. Leo werd in 1928 hoogleraar in de geschiedenis van de wijsbegeerte, de logica en de metafysica in Groningen. Hij bekleedde deze leerstoel tot aan zijn dood. Polak heeft in zijn werk veel bijgedragen aan de kentheorie, de rechtsfilosofie, de problematiek van oorlog en vrede en de (seksuele) ethiek. In de wijk Helpman liet het echtpaar een huis bouwen dat Leo de naam ‘Euthymia’ gaf: ‘Welgezindheid’.3 Dit werd al gauw een centrum van studie, wetenschappelijk debat, muzikale en culturele activiteit en internationale contacten. Henriëtte schitterde er als gastvrouw. Het echtpaar ontving er de beroemde joodse filosoof Martin Buber. Polak werd president-commissaris van Polak & Schwarz.4

Lees meer

Comité van Waakzaamheid

Prof. mr. dr. Polak5 was humanist, woordvoerder van vrijdenkersvereniging De Dageraad en voorzitter van de Nederlandse Atheïstenbond. Een van zijn bekendste radioredes, uitgesproken op 21 maart 1931 voor de Vrijdenkers Radio Omroepvereeniging (VRO), heette: “Eenheid boven geloofsverdeeldheid.” Polak zat onder andere in het Comité van Waakzaamheid, dat onder leiding van vrijdenker Pos acties ondernam tegen het oprukkende fascisme en nationaal-socialisme. Nogal wat Nederlanders zagen in Polak een reddingsboei tegen het extremistische gevaar. Leo Polak6 nam vanaf het begin van de oorlog de grootst mogelijk distantie tot de bezetters in acht. Na zijn ontslag in november 1940 verlangde hij desondanks als hoogleraar en senaatslid behandeld te worden. Hij zette zijn colleges voort, nu aan de Volksuniversiteit. Het gezin Polak-Schwarz woonde in 1941 op de Sam van Houtenlaan 52 in Groningen.

Arrestatie

Presser schrijft hoe Polak zich in een brief aan rector magnificus J.M.N. Kapteyn beklaagde over zijn behandeling. Hij duidde de Duitsers daarbij aan als ‘de vijand’. De rector bezorgde de brief bij de Duitse autoriteiten, die hem in hun wekelijkse Meldungen aus den Niederlanden afdrukten. Germanist en Duits-vriendelijk hoogleraar Kapteyn was in september 1940 benoemd.7 Op 15 februari 1941 werd Polak gearresteerd en een maand later in Leeuwarden opgesloten. Zijn ondervrager noemde hem ‘de gevaarlijkste man van Groningen’. Op 7 mei werd hij getransporteerd naar het concentratiekamp Sachsenhausen in Oranienburg bij Berlijn, waar hij naar verluid een rapport samenstelde over de behandeling van de gevangenen. Hij gaf er ook colleges. Op 9 december 1941 overleed hij aan de slagen die hem door een kampbewaker waren toegebracht. Hij was in het bedrijf de eerste die werd gearresteerd en, na Max Morporgo*, het tweede Polak & Schwarz-slachtoffer van de genocide.

Jetteke Polak

Zijn dochter Henriëtte jr. (‘Jetteke’) (Amsterdam 11-10-1921), een studente medicijnen aan de RUG, nam ook deel aan het verzet. Zij werd in oktober 1941 op straat in Groningen opgepakt, naar Ravensbrück en vervolgens, in september 1942, naar Auschwitz gestuurd. De reden voor haar arrestatie lag gelegen in het feit dat ze weigerde naar een inaugurele rede van een Duitse hoogleraar te gaan. In Auschwitz kwam zij op 11 november 1942 om het leven. Henriëtte sr.8 en de twee andere kinderen, Bettina (Amsterdam, 23-3-1919) en Annie (‘Ans’) (Amsterdam, 21-5-1924), verlieten Groningen, kwamen in Nederlandse kampen terecht (zie hierna), doken onder en overleefden de oorlog.

Henriëtte Schwarz

Henriëtte Polak-Schwarz werd bij het familiebedrijf de opvolger van haar man. Ze bleef haar humanistische, socialistische en culturele idealen trouw. Ze staat bekend als de moeder van het Humanistisch Verbond, dat in februari 1946 werd gesticht, en gaf vrijmoedig blijk van haar linkse politieke visie. Zij behoorde tot de stichters van het eerste niet-kerkelijke bejaardenhuis van Nederland, het A.H. Gerhard-huis in Amsterdam-Slotermeer (1959). Henriëtte ondersteunde direct na de oorlog verschillende strijkkwartetten, waaronder het befaamde Amadeus Quartet. In haar geboortestad Zutphen gaf zij in 1968 de aanzet tot het Henriëtte Polak-museum voor figuratieve kunst. In Laren stichtte zij het Rosa Spierhuis voor oudere kunstenaars (1969). Henriëtte hielp tevens bij de financiering van het naa haar man genoemde Leo Polak-huis in Amsterdam-Osdorp, opnieuw bestemd voor buitenkerkelijke bejaarden (1972). Ze overleed op 12 april 1974 in Amsterdam.

Directeur Samuel Schwarz

Haar broer Samuel was chemiestudent en actief in het familiebedrijf. Hij bleef na de gezinsverhuizing naar Amsterdam nog vier jaar in Zaandam. Samuel woonde eerst bij A.M. de Kok op de Stationsstraat 126b en vanaf februari 1921 op nummer 70. In mei 1920 moest hij zijn plotseling overleden vader opvolgen. Hij was toen 24 jaar oud. Op de kaart van het bevolkingsregister ging een streep door ‘kantoorbediende’. Daarboven kwam ‘directeur essence-fabriek’ te staan. In december 1923 werd Samuel uitgeschreven naar Amsterdam. Hij trouwde op 10 december 1923 in Brussel met Ella (‘Elly’) Lek (4-9-1902). Het echtpaar kreeg drie kinderen: Leo(pold) (1924), Paul (1927) en Dick (‘Adolf’) (1931). Men woonde op de Prins Hendriklaan 58, later 40. Samuel overleed na een ernstige ziekte op 11 september 1938, pas 43 jaar oud. De leiding van het familiebedrijf ging naar zijn neef Adolph. Vanwege de anti-joodse maatregelen moesten Leo en Paul in september 1941 van de hbs af. Ze gingen naar het Joodsch Lyceum aan de Stadstimmertuin. Het gezin dook in het najaar van 1943 onder in Brussel, samen met het gezin van procuratiehouder Van Witsen*. Ze werden geholpen door de in 1940 bij Polak & Schwarz aangestelde bewindvoerder Brummer. Ella en haar zoons overleefden. Henri van Witsen niet.

Sara Schwarz

Zus Sara Schwarz trouwde op 5 maart 1925 met Salomon (‘Semmy’) Polak (Groningen, 10-11-1883).9 Hij was de eerste Nederlandse handelsman die bakeliet importeerde en werd directeur van de Centrale Levensmiddelendienst van de gemeente Amsterdam. Het echtpaar kreeg twee kinderen: Robert Leopold (1925) en Johan Bertus Wouter (1928). Het gezin woonde vanaf augustus 1930 op het Bachplein 10. Salomon Polak overleed drie weken voor de bezetting. Johan moest in 1941 van het Amsterdams Lyceum af. Hij ging evenals zijn neven naar het Joodsch Lyceum. Sara en de kinderen werden in mei 1943 opgepakt, maar konden na een korte internering onderduiken. Allen overleefden. Johan Polak stichtte later de Athenaeum Boekhandel op het Amsterdamse Spui.

Ella Schwarz

Ella huwde op 16 augustus 1928 de veel oudere tandarts en componist Joseph Briska (Amsterdam, 8-5-1875). Zijn vader, Salomon Briska, was diamantslijper en had aanvankelijk met het gezin aan het Waterlooplein gewoond. Joseph ging in 1904 voor een jaar naar St. Louis (VS) en aansluitend een maand naar Zwitserland. Joseph noemde zich, zoals ook op de gezinskaart wordt aangetekend, J.C. Bruske, later J.S. Bruske. Hij schreef onder die naam in het US-tijdschrift The Dental Cosmos een artikel over het nut van de tandenborstel.10 Ook deze schoonzoon werd commissaris van Polak & Schwarz. Er kwamen vier kinderen: Salo Frans (1929), Marian Betsy (1930) en de tweeling Betsy Elsje en Leontine (1933). Werknemer Martijn Prins* was een zoon van Jo’s zuster Schoontje. Het laatste adres van het gezin was J.W. Brouwersplein 21, schuin tegenover het Concertgebouw. Joseph Bruske was zich niet bewust van het gevaar dat de joodse burgers bedreigde. Het gezin werd al vroeg gedeporteerd. Op 14 september 1942 zijn vader, moeder en de vier kinderen in Auschwitz vermoord.

Directeur Adolph Schwarz

Neef Dolf was werkzaam bij de essencefabriek sinds 1917. Evenals Samuel had hij in Zaandam enkele jaren vlakbij het bedrijf een kamer. Hij woonde van januari 1922 tot april 1924 bij H. C. Gräfing op de Stationsstraat 69j. In 1924 werd hij uitgeschreven naar de Amsterdamse Nicolaas Maesstraat 48 I. Hij trouwde in mei van dat jaar met Louisa Carolina (‘Loes’) Pop (Amsterdam, 27-5-1914), wier broer Siegfried Pop* geruime tijd directeur was van de Berlijnse vestiging. Het echtpaar Schwarz-Pop kreeg twee kinderen, Netty (1926) en Benno Henri (1929). Dolf staat in 1924 beschreven als procuratiehouder. Hij werd bij het jubileum van 1929 benoemd tot adjunct-directeur. Het gezin verhuisde in 1934 naar het Raphaëlplein 19. Samuel en hij waren feitelijk als broers. Toen de 43-jarige Samuel Schwarz in september 1938 overleed, werd Adolph Aron Schwarz directeur.

Oorlog

In mei 1940 eiste de bank van Dolf ‘dat hij aftreedt als directeur omdat hij joods is’.11 Dolf zocht en vond een andere beheerder voor het geld van Polak & Schwarz: de Amsterdamsche Bank. Op 22 oktober 1940 werd de verordening uitgevaardigd die joodse ondernemingen verplichtte zich te laten registreren bij de Wirtschaftsprüfstelle. Joodse eigenaren, directeuren, commissarissen en vennoten moesten worden aangemeld. De directie en commissarissen van Polak & Schwarz vonden in samenwerking met S.Th.J. Teppema (ministerie van Financiën) een geschikte ‘arische’ directeur. Dat was oud-belastingadviseur Cook Brummer (Bussum, 2-2-1900), een ‘boom van 125 kilo en ruim twee meter lang’12 en een man met veel ervaring in Nederlands-Indië. Op 1 mei 1941 werd een Duitse bewindvoerder aangesteld, Walter Schröder.

‘Rüstungs-juden’

Cook Brummer hield intussen de touwtjes in handen. Hij bezocht de Zentralstelle für jüdische Auswanderung en onderstreepte daar het belang van het bedrijf vanwege de productie van de surrogaatthee Santé of San-thee en de surrogaatsuiker Zuckerersatz. Beide waren ontwikkeld onder leiding van het ‘chemisch genie’ Schwarz. Duitsland had geen toegang meer tot de Cubaanse suiker en zou de ‘toverformule’ van het bedrijf hard nodig hebben. De Duitse autoriteiten waren onder de indruk. De beloofde productie van suikersurrogaat leverde Sonderausweise op voor de leden van de familie Schwarz en een bijzondere behandeling van het personeel. Zonodig zette Brummer ook steekpenningen en drank in.13 De nazi’s hechtten veel belang aan de voortgang van vooraanstaande bedrijven. Jacques Presser spreekt in dat verband over ‘Philips-Juden’ en ‘Rüstungs-Juden’: het sparen van levens in ruil voor formele of werkelijke medewerking met de Duitsers.14

Reisverbod

Het bewaard gebleven dagboek van personeelschef Andries Bouman geeft verschillende voorbeelden van de speciale behandeling. De Amsterdammer Louis van Thijn moest op 17 januari 1942 huis en haard voorgoed verlaten, maar Bouman schreef in de maanden daarna twee keer dat hij het bedrijfsjubileum van Van Thijn voorbereidde. In een notitie uit augustus 1942 kwam Boumans’ bezoek aan de procuratiehouder en afgetreden directeur van het bedrijf ter sprake. Joden hadden sinds 2 juni een reisverbod en konden niet naar de zaak komen, maar deze twee mochten in die periode dus wel contact houden met het bedrijf. En het verbod duurde voor een aantal joodse werknemers blijkbaar niet langer dan een week. “Voorts heb ik op een avond de heer v. Witsen bezocht”, schreef Bouman. “Die was thuis vanwege ’t reisverbod voor de joden. Trouwens in die week waren alle Joden thuis daardoor. Plusminus 10 dagen te voren bezocht ik reeds Hr. Adolf [Schwarz] thuis, die mijn bezoek zeer op prijs stelde.”

Razzia

Bij de beruchte razzia van 26 mei 1943 werden verschillende leden van de familie Schwarz in Amsterdam van het bed gelicht. Op de reportage die de Germaanse SS die dag van het verzamelterrein bij het Muiderpoortstation maakte, staan op de vijfde foto Sara Polak-Schwarz, Henriëtte Polak-Schwarz en haar dochter Ans voor een inschrijftafel met typemachine. De andere dochter, Bettina, zat toen in villa De Biezen in Barneveld. Met het kasteeltje De Schaffelaar was dit een interneringsplek voor prominente joodse Nederlanders.15 Achter de drie vrouwen zijn Rob en Johan Polak nog zichtbaar.16 Ze werden doorgestuurd naar Westerbork. Cook Brummer wist de familie snel vrij te krijgen. Uit de gevangenenlijst is duidelijk dat Johan Polak op 28 juni 1943 uit Westerbork ontslagen werd.17 Men kwam met de trein terug naar Amsterdam.

Onderduik

In het najaar doken Henriëtte en Sara Polak-Schwarz en hun kinderen met behulp van Cook Brummer onder op verschillende plaatsen in Nederland.18 Sara woonde met Johan gewoon in pension De Raat in Voorthuizen. Hun uiterlijk was niet typisch joods. Ze hielden het er uit tot begin 1945 en doken toen onder op andere plekken. Rob had een adres in Utrecht. Het geld voor de onderduikadressen, ook die van een aantal personeelsleden, betrok Brummer uit de verkoop van een surrogaatproduct met de naam Vanilline.

Arrestatie Dolf

Op 4 januari 1944 werd directeur Schwarz gearresteerd en vastgezet in Scheveningen. De Duitsers hadden ontdekt dat zijn bedrijf illegale activiteiten ondersteunde.19 Andries Bouman schreef er eind januari kort over, tussen andere zaken: “Oma is al wat beter. De kinderen zijn ook alle naar school. Grada wordt bijgewerkt door een Mijnh. Sjollema. Ik zal een maand probeeren hoe ’t gaat. Op 3 Januari [1944] is Hr. A.S. [Adolph Schwarz] gevangen genomen, op 22 Mvr met de kinderen. Do. 27 zijn de laatsten n. West. [Westerbork] gebracht. Ik kreeg zaterdag weer opslag…” Schwarz kwam terecht in het Oranjehotel te Scheveningen. Zelfs in die tijd kon de oud-directeur contact onderhouden met het bedrijf. Andries Bouman schreef: “Hr. Adolf -is gevangen in Sch. [Scheveningen]- was Dinsdag een dag aan de zaak, onder geleide. ‘k Heb hem even de hand gedrukt.” Dat was op 15 februari. Op 22 februari lieten de Duitsers hem los. Op 31 maart volgde een nieuwe arrestatie. Ook zijn vrouw Loes en de kinderen Nettie en Benno werden opnieuw opgepakt.

Vlucht

Het gezin werd naar Theresienstadt gedeporteerd. Brummer was al eens in dat kamp geweest. Via zijn contacten met de Gestapo bereidde hij een ontsnapping voor naar Zwitserland. Pas na de oorlog hoorde Brummer dat de ontsnapping succesvol was geweest. Het gezin Schwarz-Pop overleefde in Zwitserland.20

Vervolg

Na de oorlog vormde Dolf samen met Cook Brummer het centrale management van Polak & Schwarz*. Henriëtte Polak volgde haar man in 1945 op als president-commissaris. In 1949 onthulde ze een gedenkplaat met de namen van de directie- en personeelsleden die tijdens de oorlog stierven. De namen van de overledenen uit de directe familiekring staan hierop als eerste vermeld. Door in 1960 te fuseren met het Amerikaanse bedrijf Van Ameringen Haebler werd de Zaanse essencefabriek onderdeel van International Flavors and Fragances (IFF), later Bush Boake Allen (BBA).

Voetnoten

1 H3, H6; Gezinskaarten in Zaanstad en Amsterdam. Pielkenrood, E. Maison d’Essence, een huis met een luchtje. Aanvullingen kwamen in 2002 van Paul Schwarz uit Amsterdam (kleinzoon van de oprichter) en van oud-werknemer G. Duyf uit Koog aan de Zaan. In 2003 van kleindochter Bettina Spaanstra-Polak uit Tjietjerk; Informatie van Jan Bontje (7-3-2011) en Hans Vles uit Middelburg (7 en 11-5-2012); Ligtvoet, P. Namen Herdenkingsplaquette 1940-1945 Essencefabriek Polak & Schwarz Nederland (4 mei 2003); Verslag Polak & Schwarz, NIOD, Doc. II 1359; Zie jubileumfoto bij Polak & Schwarz; Oorlogsdagboek Andries Bouman uit Zaandam, personeelschef bij Polak & Schwarz

2 Volgens Saul Smit maakte Leopold na de verhuizing naar Amsterdam (in 1919) al plaats voor zijn zoon (H3)

3 www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN (Henriëtte Polak-Schwarz)

4 Het echtpaar is prominent aanwezig op de foto die ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum in de Zaandamse vestiging werd gemaakt

5 www.groningerstichtingwijsbegeerte.nl/achtergrond.html; www.inghist.nl (Biografisch woordenboek van Nederland); http://archief.uvh.nl/ehresstd.cfm (Jo Nabuurs)

6 Presser, o.c. I (p. 96-97); www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn2/polak

7 Van schuld aan de arrestatie van professor Polak werd hij na de oorlog vrijgesproken http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn5/kapteijn

8 Uitgebreide informatie over Henriëtte Polak-Schwarz is te vinden op www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN (Biografisch woordenboek van Nederland)

9 Möller, T. Tussen noodlot en extase. Het leven van Johan Polak (1928-1992), in De Parelduiker, december 1998 (p. 5-6)

10 Volume 74, Issue: 9, September, 1932 Review of Current Dental Literature: Toothbrush, Bruske, Dr. J. S.; pp. 922-924. http://quod.lib.umich.edu/cgi/t/text/pageviewer-idx?c=dencos;cc=dencos;rgn=full%20text;idno=0527912.0074.001;didno=0527912.0074.001;view=image;seq=1000;node=0527912.0074.001%3A687;page=root;size=s;frm=frameset;

11 Pielkenrood (p. 44); De familie meent dat dit de Twentsche Bank was (Bettina Spaanstra-Polak, april 2003)

12 Möller, o.c. (p. 10)

13 Möller, o.c. (10-11); Pielkenrood, o.c. (p. 44 e.v.)

14 Presser, o.c. II (p. 98-99)

15 Presser, o.c. I (p. 439 e.v.); Mededelingen van Bettina Spaanstra-Polak uit Tjietjerk en Paul Schwarz (februari 2003)

16 Presser, o.c. I (fotoserie na p. 368)

17 Möller, o.c. (p. 10-11)

18 Ibidem (p. 11-12 )

19 Pielkenrood (p. 50-51); NIOD, Doc. II 1359, Aanvullend verslag Polak & Schwarz (p. 1)

20 Mededeling van W. Blank; Pielkenrood (p. 50-51)