Schweiger (Rudolphine/Rudi)

Laatste wijziging: 4 mei 2016

Rudolphine (‘Rudi’) Schweiger (Amsterdam, 13-7-1943)1

De toenmalige baby Rudolphine Schweiger verbleef enige tijd bij Jan en Lena Deijle, woonachtig aan de Boschjesstraat 49. Het kind was ruim een maand oud toen ze in september 1943 in Koog aan de Zaan werd afgeleverd.

Burgerlijke stand

Het echtpaar Deijle deed alsof Rudi een vondeling was en meldde haar aan bij de burgerlijke stand. Het kind zou op 2 september 1943 zijn gevonden ‘terzijde van de weg tusschen een pakhuis van de havermoutfabriek “De Grootvorst” en het urinoir bij den molen “de Koperslager”‘, schreef ambtenaar C. Brinkman in het Koogse geboorteregister. Ze werd ‘vermoedelijk geboren dertien Juli negentienhonderd drie en veertig. Het kind had een rond gezicht, donkerblond haar, blauwe ogen en woog ongeveer twee en dertig honderd vijftig gram’. Besloten werd om de baby de naam Dorothea Deijle te geven.

Gevangenis

De gemelde geboortedatum klopte. Maar toen Rudi tien dagen oud was, droegen haar Amsterdamse ouders Leopold Schweiger en Alida Schop haar over aan iemand van de ondergrondse. Die liet het meisje onderduiken. Leopold en Alida vonden een schuilplaats in het Friese Oosterzee. Vandaar kwam Rudolphine in Koog aan de Zaan terecht. Onbekend is waarom het echtpaar Deijle Rudi aanmeldde als vondeling in plaats van als hun eigen baby. De wisseltruc ging een jaar lang goed, maar toen verraadde iemand dat er bij de Deijles een joods kind was ondergebracht. Rudi en pleegmoeder Lena kwamen in de gevangenis van IJmuiden terecht. Lena vertelde daar er geen idee van te hebben dat ze een joodse baby in huis had en kwam na vijf dagen vrij.

Laatste transport

Rudi werd naar Westerbork gestuurd. Ze belandde er in een groep zogenoemde ‘unbekannte Kinder’, die zonder hun ouders waren opgepakt bij onderduikadressen. Het Zaanse verzet poogde tevergeefs om Rudi vrij te krijgen via de Aussenstelle für judische Auswanderung. De vijftig ‘onbekende’ kinderen vertrokken op 13 september 1944 met het laatste transport uit Westerbork.  Het had concentratiekamp Bergen-Belsen als bestemming. Op één na, een negen maanden oude baby die de reis niet overleefde, maakten alle kinderen de bevrijding mee.2

Vervolg

Na de oorlog werd Rudi Schweiger herenigd met haar ondergedoken ouders. Ze groeide op in Amsterdam. Uit dankbaarheid voor haar redding liet Rudi op 5 mei 1970 een boom voor haar pleegouders planten in het Isaëlische Joop Westerweelwoud.

Voetnoten

1 Meijer, D. Onbekende kinderen. De laatste trein uit Westerbork; Informatie van Gré Dapper (20-11-2009)

2 In hetzelfde laatste transport zaten joden met een beschermend Turks paspoort; ook deze groep overleefde de Sjoa op één persoon na. Zie www.bevrijdingintercultureel.nl (Turkije, Turkse joden)