Sealtiël (Johannes/Jo)

Laatste wijziging: 4 mei 2016

Gezin Johannes (‘Jo’) Theodorus Sealtiël (Amsterdam, 25-3-1902)1 en Fanny Heidenreich (Lauf, 23-6-1897) met Johannes (‘Joop’) Jacobus (Amsterdam, 4-7-1926)

De familienaam van de vader verwijst naar een bijbelse figuur, zoon van de laatste koning van Juda die in ballingschap naar Babylon ging, en heeft een Portugees-joodse achtergrond. De Amsterdammer Johannes Sealtiël had twee joodse grootouders. Zijn vader, Jacob Haim Sealtiël, trouwde in 1900 met de christelijke Johanna van Maanen uit Deventer.

Christen

Johannes’ zuster Dirkje vertelt op de S(h)ealtiel-website over thuis.2 Haar vader Jacob was als kind blind geworden en vanaf zijn twaalfde wees. Hij voorzag in zijn levensonderhoud (in ieder geval toen hij volwassen was) door thuiswerk als mandenmaker. Zijn echtgenote Johanna was wasvrouw. Het echtpaar kreeg drie kinderen: Jo, Dirkje en Coba (Jacoba Wilhelmina). Het gezin had het arm. Jacob Haim kreeg maandelijks geld uit de nalatenschap van een rijke oom, maar dit stopte toen hij zich na zo’n vijftien jaar huwelijk liet dopen. Zijn overgang betekende verbanning uit de (godsdienstig) joodse gemeenschap. Het werd zijn familie verboden contact met hem te onderhouden, iets waaraan overigens niet iedereen zich hield.

Onderwijzer

Jo leerde vanaf zijn 14de voor onderwijzer. Hij zat altijd te studeren in zijn kamertje op de zolder van het huis aan de Govert Flinckstraat. Zijn opleiding kostte 500 gulden per jaar, en om dat te kunnen betalen deed zijn moeder schoonmaakwerk. Toen Jo een jaar moest overdoen, wilde de kerk niet bijspringen, maar het hoofd van de kweekschool wel. Zo kon hij ‘onderwijzer L.O.’ (Lager Onderwijs) worden.3 In 1921 werd hij meester aan de protestants-christelijke school van Westzaan. Omdat hij, zoals dagblad De Typhoon het in 1948 verwoordde, ‘een warm voorstander van de moderne richting in het onderwijs’ was, ontstonden er af en toe conflicten op school. Toch zou Jo Sealtiël het er 27 jaar volhouden.

Huwelijk

Op 8 april 1926 trouwde Jo met de uit Baden-Württemberg afkomstige Fanny Heidenreich.4 De bruidegom was Nederlands-hervormd, de bruid evangelisch-luthers. Zij was een van de vele Duitse dienstmeisjes die na de Eerste Wereldoorlog naar Nederland kwamen (zie Vreeland-Seligmann* en werkte in een huis waar Johanna van Maanen kwam schoonmaken. Het huwelijk vond plaats in de Nieuwe Kerk. Jo bekleedde daar een functie. Kort na het huwelijk werd Joop geboren, genoemd naar zijn vader en grootvader. Het gezin woonde tien jaar op de Govert Flinckstraat 108 III en verhuisde in mei 1936 naar de Rustenburgerstraat 429 III. Vanaf 1933 was Johannes Sealtiël diaken van de hervormde buurtkerk, de Oranjekerk.

Oorlog

Op 1 november 1940 kreeg de halfjoodse Sealtiël geen ontslag aangezegd, zoals de joodse leraren van het Gemeentelijk Lyceum in Zaandam. Het gezin liep geen direct gevaar, maar zal door de joodse naam wel regelmatig problemen hebben ondervonden. Zoon Joop vertelt op de Sealtiel-site hoe hem in de Amsterdamse Pijp, waar iedereen goed met elkaar omging, plotseling werd toegesist: “Je bent een jood.” Joop en een paar vriendjes hielpen de ondergrondse. Hij moest korte tijd verdwijnen en ging naar de Wieringermeer. In november 1944 dook Joop vanwege de Arbeitseinsatz onder in Westzaan (zie Johannes Jacobus Sealtiel*. De laatste maanden van de oorlog was hij, tot april 1945, weer in het Amsterdamse ouderlijk huis. Zowel het gezin als Jo’s ouders overleefden de oorlogstijd. Hulp werd verleend door het schoolbestuur. De naaste familie van Jacob Haim Sealtiël werd in de Holocaust vermoord.

Familie Valk

Ook vader Jo bracht een deel van de tijd door op een Westzaans adres. De gereformeerde familie Valk verschafte hem vanaf begin april 1945 tot de bevrijding onderdak in hun huis aan de J.J. Allanstraat 184, met name omdat het logistiek onmogelijk werd om heen en weer te reizen tussen Amsterdam en Westzaan. Na de oorlog kreeg zoon Hans Valk les van Jo Sealtiël, maar dat was geen succes. Hans werd door de meester beschuldigd van iets waaraan hij geen schuld had. Daarop zei de leerling van deze christelijke school: “In de oorlog vrat u wel ons wittebrood en nou doet u dit.” Het gevolg was dat hij aan zijn oor uit de klas werd gesleurd, wat hem een blijvend litteken opleverde. Het kwam tot een worsteling, waarbij Jo Sealtiël viel en zijn bril sneuvelde. Hans Valk vluchtte de school uit en kwam er nooit meer terug.

Vervolg

Na de oorlog liep het aantal leerlingen van de Westzaanse school terug. Het bedroeg in 1948 nog maar 68. Meester Sealtiël moest in dat jaar afscheid nemen van Westzaan. Zijn nieuwe standplaats werd Amstelveen, waar hij zijn werk voortzette in de Julianaschool. Hij bleef tot 1973 diaken van de Amsterdamse Oranjekerk.

Voetnoten

1 Mededeling van Gré Vis-Luttik uit Zaandam (december 2000, maart 2001), Hans Valk uit Zaandam (17-3-2011) en Theo Valk (12-4-2018); Documentatie van protestants-christelijke basisschool De Rank over meester J.Th. Sealtiël; Gezinskaart Gemeentearchief Amsterdam (op de kaart staat de naam zonder trema); www.shealtiel.com; De Typhoon (2-12-1948)

2 www.shealtiel.com

3 Gezinskaart Amsterdam

4 Ibidem