Sjouwerman (Elia)

Laatste wijziging: 4 mei 2016

Gezin Elia Sjouwerman (Amsterdam, 18-6-1891 – Auschwitz, 19-11-1943) en Betje Sjouwerman-Sjouwerman (Amsterdam, 20-10-1892 – Auschwitz, 19-11-1943) met Nora (Londen, 14-4-1918 – Auschwitz, 28-1-1944) en Sydney (Amsterdam, 16-3-1927 – Auschwitz, 31-3-1944)1

Elia was inkoper bij de Aziatische Handelmaatschappij, dochter Nora (piano-)lerares. Nora was een maand na de Duitse inval in Nederland geslaagd voor het examen aan het Amsterdams Conservatorium. Het gezin Sjouwerman woonde aan het begin van de oorlog in de Amsterdamse Jekerstraat 67 II. De ouders Sjouwerman doken in augustus 1942 of begin 1943 (de bronnen spreken elkaar tegen) onder in de Koogse Jan de Wittestraat 77, bij boekbinder Adrianus Johannes van Breemen (Rotterdam, 3-4-1899), diens echtgenote Wilhelmina Maria de Ooy (Rotterdam, 12-12-1897) en hun 16-jarige dochter. Hun tussenpersoon bij de onderduik was de politieman Joop Keijzer. Hij had het echtpaar Van Breemen ook verzocht de familie Sjouwerman in huis te nemen. Nora en Sidney verborgen zich twee maanden lang bij onder meer bij diezelfde Keijzer en zijn vrouw Lena, Oud Heinstraat 18 in Zaandijk en kwamen daarna ook naar de Jan de Wittestraat (eerst Nora en een paar maanden later Sydney, die eerst nog een tijdje in Overveen verbleef). Met z’n vieren deelden ze één slaapkamer op de bovenverdieping.

Verraad

Buurvrouw De Zwaan van Jan de Wittestraat 79 verraadde het gezin. Op 20 oktober 1943 werden Van Breemen en het gezin Sjouwerman ’s nachts gearresteerd. In opdracht van Willem Ritman, een rechercheleider uit Velsen en familielid van De Zwaan, drong de overvalploeg, onder leiding van politieman Abraham Harrebomee en in het bijzijn van de beruchte jodenjagers Adriaan Frederik Jager en Ko Langendijk, het huis binnen via de poort en de tuin van de buren. Daarbij schroomden ze niet om de ruiten stuk te slaan. Hoewel de onderduikers zich nog wisten te verbergen en Van Breemen de aandacht probeerde af te leiden, werden ze toch gevonden. Ze mochten nog wat kleding in koffers pakken en werden vervolgens met hun onderdakgever afgevoerd naar het hoofdbureau van politie in Velsen.

Westerbork

Van Breemen kwam via Velsen (Harrebomees thuisbasis), Amsterdam en Vught in Dachau terecht. Hij overleefde de ontberingen en werd op 28 april 1945 bevrijd uit het kamp Kottern. Het gezin Sjouwerman werd in de strafbarak van Westerbork geplaatst en binnen een maand naar Auschwitz gedeporteerd. Elia en Betje Sjouwerman werden op 19 november 1943 vergast. Nora bezweek in Auschwitz op 28 januari 1944, Sydney op 31 maart van dat jaar. Abraham Harrebomee werd in 1947 ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Het Zaanse communistische verzet liquideerde Willem Ritman op 6-4-1944 in Velsen.

Voetnoten

1 H8a; www.joodsmonument.nl; Informatie van Erik Schaap uit Zaandam (april 2009); Adresboek voor de Zaanstreek 1941; De Typhoon (7-1 en 6-9-1947); Rapport Stichting 1940-1945 in GAZ-archief Wim Swart.