Smit (Levie)

Laatste wijziging: 5 mei 2016

Gezin Levie Smit (Amsterdam, 9-6-1888 – Auschwitz 26-2-1943)1 en Sara Smit-Melkman (Amsterdam, 23-5-1887 – 30-1-1938)

Het huwelijk van Levie en Sara vond plaats op 22 maart 1911. Er werden drie kinderen geboren: Saul* (Amsterdam, 22-12-1911), Violente (‘Lenie’)* (Amsterdam, 21-6-1914) (zie Van Looy*) en Mina (‘Miep’)* (Zaandam, 27-11-1917). De drie kinderen sloten gemengde huwelijken en namen alle drie een andere beslissing rond het gedwongen vertrek van 17 januari 1942. Zij overleefden de Jodenvervolging.

Voor de oorlog

Het gezin van Levie Smit verhuisde in juli 1915 naar Zaandam en betrok een huis in de wijk Vissershop, aan de Plataanlaan 49. Smit was arbeider bij de sigarenfabriek Justus van Maurik en later plaatsvervangend marktmeester en conciërge van de Handelsavondschool. Levie stond bekend als een vurig SDAP’er en voorzitter van de plaatselijke VARA-afdeling. Sara Smit-Melkman was penningmeester van de joodse ontspanningsvereniging ’28 februari’. Het echtpaar beheerde ook een tijdje het paviljoen in het Zaandamse Volkspark. Na de vroege dood van Sara, in 1938, verhuisde Levie met zijn dochter Mina naar de Saenredamstraat 15. Daar waren Violente en haar man Kees van Looy eerder al gaan wonen. Sara werd op de joodse begraafplaats ter aarde besteld.

Incident

Op donderdag 20 juni 1940 kwam Levie Smit, de 52-jarige assistent-martktmeester om half drie ’s middags naar het nabijgelegen politiebureau. Hij deed aangifte van belediging door een stadgenoot, Hendrik Bobeldijk (50), van de Oostzijde. Wat de belediging inhield is niet bekend. Bobeldijk wilde zich niet van de markt verwijderen, zodat Smit de hulp van de politie inriep. Agent Hendrik van der Kraan ging hem halen, een inspecteur van politie stuurde hem daarna met een waarschuwing naar huis. Er lijkt geen excuus van Bobelsdijk te zijn verlangd. Levie Smit bleef bij zijn aangifte en moest daarom een week later terugkomen.

Anti-joods?

De belediging kan met het joods zijn van Smit te maken hebben gehad. Levie Smit was niet de enige jood op de markt, een groot deel van de kooplui was joods. De markt werd bovendien op de Gedempte Gracht gehouden, als het ware voor de deuren van de synagoge op nummer 40. En Levie had een openbare functie. Als de belediging antisemitisch was gaat het hier om het eerste geregistreerde anti-joodse incident in bezet Zaandam. Biljetten met de oproep niet bij joden te kopen verschenen op 2 augustus op winkelruiten van joodse zaken. De ruiten van Jos Pais’ winkel werden op 13 oktober 1940 ingegooid.

De markt

De markten werden per 15 september 1941 ‘Judenrein’ gemaakt. Het betrof in Zaandam meer dan de helft van de kooplui. Toen de krant De Zaanlander het verbod openlijk betreurde, volgde er een boete van 3000 gulden. Op 3 november 1941 werden in Amsterdam aparte joodse markten ingesteld.2

Enkhuizen

In oktober 1940 werd joodse ambtenaren ontslag aangezegd. Dat moet Smit ook getroffen hebben.

In december ging hij terug naar Amsterdam. Daar sloot hij een tweede huwelijk, met Rebecca Paes (Amsterdam, 19-2-1892). Het echtpaar woonde enige tijd aan de Parklaan 10. In dezelfde straat of woning leefde een verwant van Rebecca, ‘koopman’ Abraham Paes, met zijn vrouw en drie kinderen. In 1942 woonde het echtpaar in Enkhuizen, evenals het gezin Paes. Het beroep van Levie is dan winkelbediende.

Deportatie

Levie Smit werd, samen met zijn tweede vrouw Rebecca Smit-Paes, op 26 februari 1943 in Auschwitz vermoord. Het gezin Paes-Boeken werd vergast in Sobibor, op 23 juli van dat jaar.

Vervolg

Lang na de oorlog vernieuwden zijn nazaten de grafsteen uit 1938 van Levie’s eerste echtgenote, Sara Smit-Melkman, ‘mijn vrouw en onze moeder’. Ter nagedachtenis aan haar man is ook de naam van Levie Smit op deze grafsteen gezet.

Voetnoten

1 H3-4; H8-9; Gezinskaart; www.joodsmonument.nl

2 Moore, o.c. p. 318