Snoek (Mozes)

Laatste wijziging: 5 mei 2016

Echtpaar Mozes Snoek (Amsterdam, 15-5-1882 – Sobibor, 26-3-1943)1 en Paulina Snoek-de Leeuw (Utrecht, 4-11-1881 – Bergen-Belsen, 6-3-1945)

Het echtpaar Snoek-de Leeuw had een textielhandel aan de Zaanweg 73. Volgens het Adresboek voor de Zaanstreek 1941 ging het om een ‘wollen- en zijdenstoffenhandel’. Het pand stamt uit 1883, toen het voor een horlogemaker werd gebouwd. Daarna kwam het in handen van de familie Kool, die er een manufacturenwinkel had en het vervolgens aan Mozes Snoek verhuurde. In oktober 1932 nam Hendrik Krigee het pand over, maar hij zette het huurcontract met het echtpaar Snoek voort. Eind 1943 verkocht Krigee het gebouw.

Amateur-goochelaar

Mozes en Paulina waren de ouders van Jacques Snoek* (1907), die in Zaandam een textielzaak had, en van Henriëtte van Praag Sigaar-Snoek* (1910), die in Wormerveer woonde. Zij hielp haar ouders in de winkel. Het echtpaar woonde eerst in Utrecht, waar Jacques geboren werd. Mozes stond in Wormerveer bekend als goochelaar en hypnotiseur. Zijn artiestennaam was professor Rodi. In De Zaanlander van 3 april 1939 was bijvoorbeeld te lezen hoe deze ‘telepaath, hypnotiseur, gedachtenlezer en goochelaar’ een zaal met 160 bezoekers in zijn ban hield. “Werkelijk verbluffende staaltjes werden vertoond. Ter afwisseling twee nummers mandolinemuziek, waarna de prof. als goochelaar zijn kunsten ten beste gaf. Na de pauze nogmaals goocheltoeren, waarbij het toneel in een ware bloemenhof werd veranderd.” Nog op 16 maart 1940 verscheen er een advertentie in De Zaanlander waarin werd aangekondigd dat professor Rodi beschikbaar was voor feestavonden en kinderprogramma’s. Hij beschikte over ‘schitterende recenties in Buiten- en Binnenland’. Verzetsman Jaap Boot, leraar aan de Handelsavondschool, herinnerde zich ook hoe Mozes de eerste oorlogsdagen met een gasmasker op meedeed aan de gymnastiekoefeningen.

Oorlog

Het echtpaar Snoek moest -net als hun dochter en haar man- het bestaan in Wormerveer op of rond 22 april 1942 opgeven. De spullen van hun winkel werden via het verzet ondergebracht in de christelijke school aan de Wandelweg, die de Landelijk Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO) tot opslagplaats diende. Zoon Jacques en zijn gezin waren toen al drie maanden uit Zaandam verdwenen. Ze wisten ‘tijdelijk’ uit Westerbork vrij te komen en doken onder.

Mozes

Mozes Snoek (60) werd binnen een jaar na het gedwongen vertrek uit Wormerveer om het leven gebracht. Hij werd op 23 maart 1943 vanuit Westerbork naar Sobibor gedeporteerd en stierf daar drie dagen later in de gaskamer. Het was hetzelfde transport als waarmee zijn Zaandamse generatiegenoten Hartog en Clara Drukker* en het slagersechtpaar Meijer* naar Sobibor werden gevoerd. Volgens Presser werd in maart 1943 in het met rozenperken vermomde vernietigingskamp een feestje gehouden vanwege de (half)miljoenste jood die vergast werd.2

Paulina

Paulina Snoek-de Leeuw bleef achter in Westerbork of kwam daar pas veel later terecht. Zij had het, voor Westerborkse begrippen, ‘voorrecht’ om opgenomen te worden in een transport naar het ‘uitwisselingskamp’ Bergen-Belsen. In de regel kwamen alleen zij daarvoor in aanmerking die in het kamp een belangrijke functie bekleedden (en hun familie), of zij die een geldig gebleven ‘Palestina-certificaat’ hadden. Uit Zaandam gingen het echtpaar Führer* en hun twee zonen en dokter Rosenbaums zoon Manfred* vanuit Westerbork naar Bergen-Belsen. Zij zouden het alle vijf overleven, na een onwaarschijnlijke evacuatietocht. Paulina Snoek-de Leeuw (63) overleefde niet. Zij stierf op 6 maart 1945, twee jaar na haar man, een jaar na haar dochter en zes weken voor de bevrijding van het kamp door de Engelsen. In dezelfde periode bezweken in Bergen-Belsen Anne en Margot Frank.

Vervolg

Na de oorlog werden de verstopte spullen van de winkel opgehaald door Jacques Snoek, die de jodenvervolging wel had overleefd. Het verzet had stukken stof gebruikt om kleding van te maken. Geld daarvoor was apart gelegd en werd nu aan de familie gegeven. Tijdens de laatste oorlogsjaren was de winkel een zaak in huishoudelijke artikelen geweest. In 1946 werd de zaak eigendom van de firma Jacques Snoek.

Bureau Joodsche Zaken

In documenten van het in Amsterdam gevestigde Bureau Joodsche Zaken is overigens te lezen dat op 20 januari 1943 de Wormerveerders Jacob Merk Minnersma [moet zijn Jacob Merks Minnesma] en Willem Frederik Calsem waren gearresteerd en naar Amsterdam overgebracht, ‘verdacht van het verbergen van stoffen, afkomstig van een jood’. Wellicht betrof het goederen van Mozes Snoek. Minnersma en Calsem werden na te zijn verhoord vrijgelaten.

Voetnoten

1 Burgemeesterslijst nr. 14 (Snoek, geborene de Leeuw) en 25 (Snoek); Politielijst adres nr. 8 (de Leeuw/ Snoek); H8; G31; Aten, o.c. (p. 73); Boot, o.c. (p. 43); Mededelingen van S. Hondema en D. Kerssens (maart 1999) en Henk Krigee uit Zaandam (21-6-2009 en 11-4-2010); www.joodsmonument.nl; Stadsarchief Amsterdam, toegangsnummer 5225, inventarisnumer 7304

2 Presser, o.c. II (p. 424)