Soesan (Joseph/Joop)

Laatste wijziging: 5 mei 2016

Joseph (‘Joop’) Soesan (Amsterdam, 27-2-1920 – 23-12-2005)1

Joop woonde in 1941 op de Borssenburgstraat 22 II in Amsterdam. Hier woonden ook zijn ouders, de diamantslijper Abraham Soesan (1892) en Sara Soesan-Reens (1893), samen met een zus van Sara, de borduurster Helena Reens (1899). Joops oudere broer Ruben* had vanwege zijn huwelijk in 1939 het huis verlaten.

Diamant-sperre

Abraham en Joseph Soesan vulden een formulier ter vrijstelling van deportaties in van de Algemene Nederlandse Diamantbewerkers Bond. Het werd op 14 juli 1942 ter beschikking gesteld aan de leden en hun familie. Opmerkelijk is dat men toen al gevraagd werd mee te delen wie van de familieleden eventueel al ‘heengezonden was naar een kamp of naar Duitschland’. Opvallend, omdat op 15 juli het eerste Auschwitz-transport nog moest vertrekken. De vrijstelling werd hen niet gegeven of werkte niet. Ouders en tante werden in de nazomer van 1942 uit het huis gehaald en op 11 juni 1943 in Sobibor vergast.

Onderduik

Zijn zoon Marcel vertelde dat Joop in september 1942 bij het ophalen van het gezin in Amsterdam uit de rij was gestapt en zich achter een grote vuilnisbak had verstopt. Ruben en hij hadden contact met Klaas Winter, die illegaal geslacht vlees uit Assendelft naar Amsterdam bracht. Via hem kwam Joop in Assendelft terecht. Blijkbaar kende Joop het gezin Van Dam goed, want hij dook er samen met hen onder. Sara en Heleen Reens waren oudere zussen van Jo van Dam-Reens (1903), de echtgenote van Jaap van Dam*.

Familie Winter

Na problemen op het eerste adres kwamen ze bij Klaas Winter en zijn vrouw op de Dorpsstraat 694; zie hiervoor het lemma van het gezin Van Dam. Na de arrestatie van Klaas Winter begin oktober 1942 bleef Joop bij de weduwe Bavonia Winter-Boon en haar drie kinderen. Zij kreeg aan het eind van de oorlog 80 gulden per maand voor hem van het Nationaal Steunfonds (NSF). Het geld ging van verzetsman ‘de Lange’, Remmert Aten uit Zaandam, naar Everhard Anthony Maria (‘Anton’) Keet.2 Ruben, en later diens vrouw Lientje met hun zoontje Arno, zouden eveneens onderduiken in Assendelft (zie Engelander*).

Echtpaar Keet

Anton Keet (21-2-1901 – 29-11-1987) en zijn echtgenote Theodora Johanna Geerdes (22-10-1906 – 27-7-1994) verzorgden meer joodse onderduikers, zo blijkt uit briefwisslingen. Zo bezorgde manufacturier Anton Keet onder meer textielspullen bij het Amstelveense echtpaar Hans en Josephine Levie, alsmede bij de vader van Hans. Ook de Amsterdammers Pieter Nagtegaal (een zakenpartner van Anton Keet) en diens vrouw Jeannetta Madeleine Nagtegaal-Fermie werden door hen geholpen. In tegenstelling tot veel van hun familieleden zouden deze twee joodse echtparen heelhuids de bevrijding halen.

Vervolg

Ook Joop Soesan overleefde de oorlog, in Assendelft. Hij trouwde op 27 november 1949 met Betty Philips (Amsterdam, 8-12-1926 – Amsterdam, 27-7-2014). Nel Grooteman-Winter bewaart een foto waarop het bruidspaar bij Jo en Jaap van Dam voor de deur op de Rijnstraat in de huwelijkstaxi stapt.

Voetnoten

1 Mededelingen van Marcel Soesan, Amsterdam (najaar 2007); Gemeentearchief Amsterdam, gezinskaart; www.joodsmonument.nl; in de lijst van Vakgroep J is het huisnummer 21; Het Parool (29-7-2014); GAZ-archief Anton Keet

2 Gegevens Vakgroep J, NIOD-archief 185b inventarisnummer 9d