Spalter (Mirjam)

Laatste wijziging: 5 mei 2016

Mirjam Spalter (Dordrecht, 3-9-1939)1

Mirjam zat tijdens de oorlog ondergedoken bij de familie Barendregt in Wormerveer, die op de Noorddijk 37 woonde. Arie Barendregt was de (communistische) directeur van houthandel Konijnenburg. De 3-jarige Mirjam kwam vermoedelijk via verzetscontacten naar Wormerveer, want haar ouders wisten niets van haar schuiladressen. Tijdens haar onderduiktijd droeg ze de schuilnaam Marianne.

Familie

Mirjam was de dochter van Georges Spalter (Parijs, 7-1-1907 – 21-2-1997) en Lieselotte (‘Lotte’) Wolf (Gelsenkirchen, 16-3-1910 – 28-2-1993). Georges was het kind van Oost-Europese joodse vluchtelingen. Hij ging in Zierikzee naar de hbs. Daar ook werkte hij midden jaren ’30 als klerk op het gemeentehuis. Daarnaast had hij een baan op het advocatenkantoor van de burgemeester. Rond 1936-’37 ging Georges naar Dordrecht. Hij trouwde in 1938 te Amsterdam met Lotte Wolf. Zij kwam ter wereld in het Duitse Gelsenkirchen. Van daar waren haar ouders naar Amsterdam gevlucht. Bekend is dat de familie Spalter van juni 1938 tot en met 1943 als huisadres de Bilderdijkstraat 29 in Dordrecht had.

Dordrecht

Georges en Lotte doken op enig moment onder in een bovenwoning aan de Krispijnseweg in hun woonplaats. Daar woonde het echtpaar Schram de Jong, dat meer joden opving. Het stel verbleef ook bij het echtpaar Venverloo, dat aan de Oranjelaan 44 (nu 292) woonde. Hoe lang ze op elk van beide adressen verbleven is onduidelijk, maar ze maakten de bevrijding mee in Dordrecht. Al die tijd wisten ze niet waar hun dochter was. Lotte waagde zich tijdens de Hongerwinter regelmatig op straat, in een (vergeefse) poging om eten te halen bij de boeren in de omgeving. Ze had haar haren gebleekt, zich zwaar opgemaakt en een bril opgezet om niet herkend te worden.

Lees meer

Sint Pancras

De kleine Mirjam was vanaf 1942 gescheiden van haar ouders. Ze kwam onder meer terecht bij molenaar Klaas Heinis en diens echtgenote Krelisje Heinis-Wiedijk, op een eilandje in de Vroonermeer,  in Sint Pancras. Eerder was ze ondergebracht bij het boerenechtpaar Cornelis en Trijntje Strijbis-Dekker uit De Woude. Deze vier hulpverleners zouden in 2017 postuum een Yad Vashem-onderscheiding ontvangen. Mirjams onderduikperiode begon echter Mirjam bij Arie en Albertha Barendregt. Hun nicht Diet Klooster-Barendregt bracht het meisje vanuit Dordrecht naar Wormerveer.

Huilen

Volgens Annie Kroon-Smit was haar vader bevriend met Arie Barendregt, een aannemer in Sint Pancras en vader van tien kinderen. Omstreeks 1942, aldus mevrouw Kroon, kwam Barendregt bij haar ouders thuis en barstte daar in huilen uit. Hij vertelde een klein joods meisje in huis te hebben, maar een dag eerder na te zijn verraden een inval te hebben gehad door Duitse soldaten. Mirjam speelde op dat moment toevallig bij de buren en werd daardoor niet opgemerkt. Barendregt wilde Mirjam echter onmiddellijk ergens anders onderbrengen.

Watermolen

De zuster van de heer Smit had met haar man een watermolen in het akkerland tussen Pancras en Koedijk die alleen per boot bereikbaar was. Hoewel daar al twee joodse onderduikers verbleven, werd ook Mirjam er per roeiboot heengebracht door Barendregt en Smit. Ergens in de winter bleek er opnieuw verraad in het spel te zijn, met een inval tot gevolg. De twee joodse onderduikers werden weggevoerd. Ook Mirjam werd aan een onderzoek onderworpen. “Hoe heet je? Heet je Sara?”, werd er aan haar gevraagd. Het kleine meisje zweeg echter. Haar pleegmoeder wist de Duitsers wijs te maken dat het meisje haar kleindochter was, waarna die zonder haar vertrokken. Mirjam werd onmiddellijk naar aannemer Smit gebracht. Toen de Duitsers een dag later terugkwamen bij de molen waren de drie resterende bewoners vertrokken.

Bergen

Daarmee was de zwerftocht van Mirjam Spalter niet ten einde. Er werd voor haar een adres in Bergen gevonden, in een gezin met twee kinderen. Ze werd daar echter herkend door enkele inwoners uit Sint Pancras, met een nieuwe overhaaste verhuizing tot gevolg. Ze kwam bij het grote gezin Ten Wolde, vlakbij de spoorbrug tussen Sint Pancras en Heerhugowaard. Ook zou ze in 1944, toen verraad van de onderduikplek dreigde, tijdelijk zijn ondergebracht bij het boerengezin Strijbis in De Woude. Eind maart 1945 durfde de familie Barendregt haar weer in huis te nemen. Mirjam bleef tot het eind van de oorlog in Wormerveer. Haar ouders werden op 5 november 1942 in Amsterdam gewaarschuwd door een politieman en doken daarop ook zelf onder. Tussen 6 november 1942 en 5 mei 1945 verborgen ze zich op verschillende adressen in Dordrecht. Kort na de bevrijding vertelde een koerierster dat dochter Mirjam in Wormerveer was. Haar ouders zagen haar terug op Plein 13. Mirjam: “Ze hebben hun hele familie verloren. De enige die is teruggekomen, is de broer van mijn moeder, Heinz Wolf, een tandarts in Amsterdam.” De Spalters waren niet alleen familie, maar ook alle bezittingen kwijt.

Vervolg

Na een jaar kwamen Georges en Lotte ook naar Wormerveer. Er werden nog twee kinderen geboren: Henriette Gertrud Delphine (Rita) (16-8-1946) en Jaakov Avraham (‘Jack’, ‘Jacob’) (3-8-1948). Georges Spalter begon in Dordrecht een kuiperij. Hij kon in 1951, dankzij contacten van Arie Barendregt, het houtverwerkingsbedrijf Kaper aan het Krommenieërpad in Wormerveer overnemen. Het gezin verhuisde eerst naar Heiloo en vervolgens naar Wormerveer. Mirjam trouwde in juli 1962 met Edmond Allouch en emigreerde rond 1965 naar Israël. Van haar belevenissen daar deed zij verslag in dagblad De Typhoon. Jack Spalter werd mede-eigenaar van drukkerij Equipage in Assendelft. Bij het overlijden van Albertha Barendregt, in februari 1965, schreef dagblad De Typhoon: “Als ‘Tante Bet’ heeft ze veel joodse landgenoten geholpen aan de wrede bezettingsgreep te ontkomen.”

Voetnoten

1 Mededelingen van Jack Spalter uit Wormer en Mirjam Allouch-Spalter uit Ramat-Hasharon (april 1999); De Typhoon (‘Echtpaar Spalter, ontkomen aan allerergste’), 4-5-1985; Verhaal van Annie Kroon-Smit in De Klin 11-1996; De Typhoon (20-2-1965); www.stolpersteine-dordrecht.nl; Noordhollands Dagblad (23-10-2017); De Telegraaf (25-10-2017)