Teeboom (Samuel)

Laatste wijziging: 5 mei 2016

Gezin Samuel (‘Sam’) Teeboom (Amsterdam, 27-4-1906 – Drachten, 18-1-1998) en Esther (‘Stella’) Teeboom-Groente (Amsterdam, 16-1-1908 – Wormerveer 19-6-1997) met Marcus Jacob (Amsterdam, 1-4-1938)1

Volgens de evacuatielijsten was Samuel Teeboom kleermaker. Na zijn huwelijk, in 1936, ging hij werken bij de Wormerveerse kledingzaak van Koene. Hij was tevens hoofd van het atelier achter de zaak. Teeboom woonde met zijn gezin op de Acacialaan 38.

Amsterdam

Het gezin moest op 22 april 1942, na achterlating van de huissleutels en inventarislijsten bij de politie, naar Amsterdam gaan, waar ze kort tevoren nog woonden. Simon (‘Siem’) Roos (Zaandijk, 29-10-1896) en diens echtgenote Wies Roos-Mus, die schuin tegenover de Teebooms in de Wormerveerse Acacialaan 17 woonden, slaagden er in om de helft van de huisraad van hun buren veilig te stellen. Siem Roos, in een naoorlogs verslag: “Bij vertrek op 22 april hebben wij hun uitgeleide gedaan en hun verdere hulp toegezegd.”

In de knel

Siem Roos: “Einde januari 1943 kwam bericht dat de familie Teeboom in Amsterdam in de knel zat. Door mij is toen die vrouw [Stella Teeboom] op 1 febr. medegenomen naar huis. Zeven weken later is [Sam] Teeboom bij ons gekomen uit de Haarlemmermeer, daar er verschillende razzia’s gehouden zouden worden. Toen hadden wij er twee.” Roos werkte in Amsterdam bij een drukkerij en bezorgde velen valse papieren. Ook assisteerde hij bij het drukken van een illegale krant. Hij werd op een gegeven moment opgepakt en belandde achtereenvolgens in kamp Vught en Dachau. Wies Roos zette toen de verzorging van de beide onderduikers alleen voort.

Marcus

Zoon Marcus kreeg onderdak in Zeist, bij een ‘tante Els’. Toen zijn vader hem na de bevrijding kwam ophalen, werd hij door Marcus begroet met: “Dag meneer.” Twee broers van Sam Teeboom overleefden de oorlog niet. Muzikant Jacob Teeboom belandde in een werkkamp en werd gedeporteerd. Hij stierf op 16 juli 1943 in Sobibor. Zijn vrouw en dochtertje doken onder in de Haarlemmermeer en overleefden. Ook zijn broer Max -eveneens musicus- en diens vrouw Rebecca stierven in 1943, in Auschwitz. Hun dochter Sara (Amsterdam, 4-5-1936) was ondergebracht bij de familie Van Daalen in Heemstede en zou ook even zijn ondergedoken bij ‘Rooie’ Cees Beernink in Wormerveer. Ze werd na de oorlog opgenomen in het gezin van Samuel en Esther Teeboom, waar zij bleef tot aan haar huwelijk in 1959.

Joost van der Lijn

De bij de familie Koene ondergedoken Amsterdamse peuter Joost van der Lijn herinnert zich Sam (voor hem ‘meneer’) Teeboom als -waarschijnlijk naoorlogse- medewerker op het atelier aan de Wandelweg 36. Gé Koene en Sam Teeboom zaten daar in kleermakerszit op tafel te werken en hadden voor iedereen ‘een hartelijk welkom met Amsterdams-joodse klank’. “Aardige anekdote: als ondergedoken baby had ik het liedje ‘Ben je boos, pluk een roos’ geleerd. Nu was er ook een koffertje met verstelkleren, dat opgehaald werd door Roos (informatie van Bets Koene). Ik noemde dat koffertje ‘pukkoos'(=pluk een roos). Nu terugredenerend veronderstel ik, dat Teeboom tijdens de oorlog nog werk kon doen voor Koene en dat daarom het koffertje door Roos werd opgehaald.”

Zie ook Samuel Teeboom* in Wormerveer.

1 Burgemeesterslijst nr. 5 (Teeboom, geborene Groente), 26-27 (Teeboom, vader en zoon); Politielijst adres nr. 4 (Groente/ Teeboom); Informatie van Henk Krigee uit Zaandam, Sonja Verbeek-Teeboom uit Drachten (19-1-2010) en Joost van der Lijn (22-8-2020); www.joodsmonument.nl; Verzetsmuseum Amsterdam, verslag van Simon Roos (1945)