Thijn, van (Judith/Judikje)

Laatste wijziging: 6 mei 2016

Judith (‘Judikje’) van Thijn (Zaandijk, 14-12-1865 – Amsterdam, 16-10-1959)1

De bejaarde Zaandijkse verkoopster Judith van Thijn kreeg na het ‘evacuatie’-bevel van 20 april 1942 toestemming van de Duitse autoriteiten om in het ‘ziekenhuis’ van Koog aan de Zaan te blijven, waar ze blijkbaar was opgenomen. In het voorjaar van 1943 werd alsnog haar vertrek geëist. Volgens diverse bronnen zou ze toen zijn ondergedoken in het eerder genoemde ziekenhuisje, ‘Ons Verpleeghuis’ aan de Koogse Boschjesstraat. Ze overleefde de oorlog.

Ons Verpleeghuis

Er lag nog een slachtoffer van de jodenevacuatie in het Koogse verpleeghuis. Het ging om de niet-joodse echtgenote van de Zaandamse huisarts Karel de Leeuw. Het echtpaar moest op 17 januari 1942 naar een Amsterdamse jodenbuurt, maar Jacoba de Leeuw-van Riessen* was ziek en zwanger en mocht voorlopig in Ons Verpleeghuis blijven. Een derde persoon met joodse achtergrond in Ons Verpleeghuis was Wil Zaalberg-van Zelst*. Zij werkte er tussen maart 1941 en juni 1942 als leerling-verpleegster.

Zie verder Judith van Thijn* in Zaandijk.

Voetnoten

1 H5; H9; Mededelingen van G. Spreeuw en de heer Bouhuys uit Zaandijk (maart 1999) en D. Kerssens uit Zaandam