Thijn, van (Judith/Judikje)

Laatste wijziging: 5 mei 2016

Judith (‘Judikje’) van Thijn (Zaandijk, 14-12-1865 – Amsterdam, 16-10-1959)1

Judith was een dochter van Judic Levij Vet (Amsterdam, 3-5-1821 – Zaandijk, 24-2-1885) en slager Abraham Barend van Thijn (Zaandam, 12-10-1824 Zaandijk, 20-1-1901). Diens moeder, Anna van Thijn, werd in 1799 uit een slagersfamilie geboren in West-Zaandam. Zijn vader was de bekende Zaandamse slager Barend Abraham van Thijn, medestichter van de vernieuwde synagoge. Judiths nicht Saartje Peereboom-van Thijn*, ook van de slagersfamilie uit Zaandijk, woonde in Zaandam.

Koepeltje

Judiths beroep werd door de secretarie omschreven als ‘Papierspitze-Verkäuferin’, verkoopster van papierkant. Ze woonde lang samen met haar blinde broer Lev, in een huisje annex winkel op het Zaagselpad 2, ‘een soort koepeltje’.2 Dat was het oude familiepand annex slagerij. Het koepeltje was de woning. Toen de winkel nog slagerij was, kon je er bij ‘Fontijn’ goedkope biefstuk krijgen; kleine stukjes vlees vormden aan elkaar genaaid een lapjesbiefstuk. Het tekent de uiterst bescheiden omstandigheden van het gezin Van Thijn.3 De broer overleed voor de oorlog. Zij was ‘een bekend dorpsfiguur en winkelierster, die prentbriefkaarten en postpapier verkocht’, aldus het Zaans Namen Lexicon. Ze werd ‘Judikje’ of ook ‘Judikie’ genoemd. “Als Judith inkopen ging doen in Amsterdam bij haar geloofsgenoten in de Jodenbreestraat en omgeving, dan zette zij altijd een briefje in de winkeldeur met het opschrift ‘Ik ben met een kwartier terug.’ Dit liep meestal uit tot een hele dag”, aldus haar dorpsgenoot Cornelis Pieter Zethoven (1907-1991).

‘Ziekenhuis’

Judith van Thijn kreeg op 21 april 1942 van de Duitse autoriteiten, via Edwin Sluzker van de Joodsche Raad, vergunning om in het ‘ziekenhuis’ van Koog aan de Zaan te blijven. Ze hoefde niet te ‘evacueren’.4 Ook in Zaandam werden uitzonderingen gemaakt voor ouderen en zieken, maar ‘evacuatie’ volgde normaal genomen wel. Het Koogse ziekenhuis was Ons Verpleeghuis aan de Boschjesstraat 4. Daar was toen ook Jacoba van Riessen* opgenomen, de echtgenote van de ‘geëvacueerde’ Zaandamse huisarts Karel de Leeuw. De Amsterdamse Willy Zaalberg van Zelst* werkte er in die tijd als leerling-verpleegster.

Vertrek?

Blijkbaar eiste het Duitse gezag in 1943 toch vertrek. Burgemeester J.A. van Gelderen pleitte er op 16 april 1943 in een brief aan F.H. aus der Fünten (Zentralstelle) voor dat Judith van Thijn mocht blijven.5 Hij deed dat met verschillende argumenten: ze had in haar kleine winkel op eerlijke wijze in haar levensonderhoud voorzien en nooit meer verdiend dan haar dagelijks brood, en daardoor de achting van de hele bevolking verworven. Ze was nooit met de politie in aanraking gekomen. En volgens Van Gelderen stond ze op dat moment ‘vor der Tod’, ten bewijze waarvan een attest van dokter J.J. van der Horst was bijgevoegd. Het verzoek werd kennelijk geweigerd. Drie dagen later gaf de burgemeester de reisvergunning af voor kamp Westerbork en op 18 mei 1943 werden de sleutels ingeleverd van haar woning aan het Zaagselpad. Een overlijdensbericht uit Westerbork, een der kampen of Zaandijk is echter niet te vinden. Volgens het Zaans Namen Lexicon werd Judith van Thijn ‘in het geheim verzorgd’. Onderzoeker Peter Heere schreef dat ze onderdook. Dat is dan gebeurd na april-mei 1943.

Dagboek

Publicist Dick Kerssens vermoedde dat Judikje van Thijn in Koog stierf en begraven werd in een tuin. Die veronderstelling klopt echter niet. Op 10-5-1945 noteerde de in Zaandijk woonachtige Kees Bakker namelijk in zijn dagboek: “Om 2 uur groot defilé van jeugdbewegingen Koog-Zaandijk. Tientallen verenigingen met vlaggen en vaandels: 2 muziekcorpsen, 2 vendels. Judith Fonteijn (‘Judekie’), het oude jodinnetje uit de winkel op het Zaagselpad (die in het Verpleeghuis verzorgd was), reed mee in een invalidenwagentje. Ze droeg een bordje: De Joodse landgenoten zeggen dank voor de bevrijding. Verscheidene joden liepen er achter.”

Reijer Bets

Job Bets (1930) wist dat zijn grootvader een rol had bij de onderduik van Judith van Thijn. Reijer Bets (1866) woonde aan de Lagedijk 12. Hij was een centrale figuur in de regionale beurtvaart en eigenaar van Firma Bets & Zonen en een streng gelovig aanhanger van de Nederlands-Hervormde kerk. In het boek ‘Schipperij op de Zaan’ (2015) vertelde Job: “Vlakbij woonde ook Judikie van Thijn, waar je postzegels en schrijfbenodigdheden kon krijgen. Mijn grootvader heeft voor Judikie, toen ze ouder werd, gezorgd dat ze in een verpleeghuis kwam.” Navraag leert dat dit bedoeld was om haar te beschermen tegen arrestatie en erger.

Amsterdam

Judith van Thijn verhuisde na de oorlog naar Amsterdam. Op 30-8-1945 stond ze geregistreerd op het adres Weesperplein 1, beter bekend als de Joodsche Invalide. Vanuit dit verpleeghuis vertrok ze medio september 1952 naar de Henri Polaklaan 10, haar laatst bekende woonadres. Ze overleed op 16-10-1959, 93 jaar oud.

Zie ook Judith van Thijn* in Koog aan de Zaan.

Voetnoten

1 Burgemeesterslijst plaats 19; Politielijst nr. 8; H5; H9; Kerssens, D. Zaans Namen Lexicon; Mededelingen van G. Spreeuw en de heer Bouhuys uit Zaandijk (maart 1999) en D. Kerssens; Informatie van G. Beerman (2-4-2015); Dagboek Cornelis Gerrit Bakker (met dank aan Henk Krigee uit Zaandam); www.historischeverenigingkoogzaandijk.nl; Swart-de Ridder, L. Schipperij op de Zaan

2 Kerssens, D. Zaans Namen Lexicon

3 Mededelingen van K. Woudt, uit herinneringen van zijn vader

4 Archief NIOD, Gedächtnisaufzeichnungen van Edwin Israel Sluzker. Zie ook A. Pais* in Wormerveer

5 Mededelingen van Hans Cohen uit Amsterdam (1-9-2005)