Thijn, van (Levi/Louis)

Laatste wijziging: 5 mei 2016

Gezin Levi (‘Louis’) van Thijn (Alkmaar, 12-1-1894 – Auschwitz-Birkenau, 27-8-1943)1 en Leentje van Thijn-van Allemans (Zaandam, 13-11-1895 – Auschwitz-Birkenau, 27-8-1943) met Jonas (Zaandam, 7-10-1923 – Auschwitz-Monowitz, 21-1-1944) en Marcus (Zaandam, 31-1-1933 – Auschwitz-Birkenau, 27-8-1943)

Na hun huwelijk op 28 juni 1922 woonde het echtpaar Van Thijn eerst in bij Leentjes moeder. Deze weduwe had een huis aan het Dampad 60. Later betrokken ze woningen op de Stationsstraat, Gedempte Gracht, Esdoornlaan en -in 1939- de Saenredamstraat 28. Hun laatste (koop-)woning bevond zich aan de P.J. Troelstralaan 183.

Familie

Levi was het derde en jongste kind van koopman Daniël van Thijn (Koog aan de Zaan, 9-3-1861) en Engeltje van Thijn-van Thijn (Den Helder, 22-11-1859). Het gezin kwam in 1904 uit Amsterdam en had op de Zaandamse Noorderkerkstraat 4 een lommerd en een winkel in galanterieën. De drie zoons verlieten Zaandam toen ze negentien à twintig waren. Jacob (Alkmaar, 29-10-1886) in 1906, Samuel (Alkmaar, 7-8-1888) in 1908. Tegelijk met Levi werd in 1913 ook moeder Engeltje uitgeschreven. Ze ging terug naar Den Helder.

In juli 1920 werd vader Daniël opgenomen in de Bakkumse psychiatrische inrichting Duin en Bosch. In 1924 was hij nog kort bij Levi. Van daar ging hij naar het Provinciaal Gesticht Santpoort in Bloemendaal. Daniël van Thijn overleed op 1 februari 1927 in Apeldoorn, vermoedelijk in het Geneeskundig Gesticht. Op het adres Noorderkerkstraat 4 kwamen opnieuw joodse winkels: eerst twee van Drukker en in 1934 de zaak van broodverkoper Barend van Thijn*, een ver familielid van Daniël.

Huwelijk

Levi woonde tussen april 1917 en april 1918 bij Reintje Cohen (Leeuwarden, 21-8-1863) op het Dampad 60. Zij was de weduwe van de al in 1916 overleden schoenmaker Jonas van Allemans (Zaandam, 11-6-1868). Daarna had hij diverse andere adressen, onder meer bij koster Abraham Drukker* en olieboer Hakkie Drukker*. Op 28 juni 1922 trouwde hij in Amsterdam met Leentje, het oudste kind van weduwe Van Allemans. Het echtpaar kreeg drie kinderen. Het tweede (31-7-1929) overleed binnen twee weken. Het derde kind (1933) kreeg diens naam, Marcus. Marcus van Thijn mocht op 1 september 1941 niet meer naar het reguliere onderwijs.

Polak & Schwarz

Levi was fabrieksarbeider (‘magazijnknecht’), afdeling parfumerie grootverpakking (mandflessen, vaten) van Polak & Schwarz*. Daar stond hij bekend als ‘Louis Fontijn’.2 Op de basislijst van januari 1942 is het beroep van Levi omschreven als ‘Lagerist’, magazijnmedewerker. Over de Zaandamse ‘jodenevacuatie’ op 17 januari, die van het personeel in ieder geval Levi van Thijn en zijn gezin trof, schreef personeelschef Andries Bouman niets in zijn oorlogsdagboek. Hij noteerde wel de felle kou van die dagen: “Later is de koude veel intenser geworden. Op 10 Jan begon het eigenlijk. In de week van 18-25 temperaturen van 14 à 15 gr Celsius. Prachtijs.” Bouman schreef tussen 25 januari en 19 april 1942 tot twee keer toe het druk te hebben met het jubileum van Van Thijn. Als dit Levi van Thijn betrof, zou dit betekenen dat hij zijn werk ook na de verbanning uit Zaandam behield. Dit zou in tegenstrijd zijn met de aanwijzingen van de Joodse Raad uit januari 1942. Toch is het mogelijk. Want Polak & Schwarz had voor zijn joodse werknemers reisvergunningen. Bouman schreef er in die periode twee keer over. “Op 2 juni werden hun reisvoorzieningen [van de joden] ingetrokken. Voortaan moeten ze er een aanvragen bij de Duitsche autoriteiten i.p.v. bij de Joodsche Raad. Er waren de vorige week nog niet veel vergeven. De rest bleef dus thuis.” En later die maand: “In die week waren alle Joden thuis daardoor.”Hoe lang Levi van Thijn bij Polak & Schwarz kon blijven werken is niet bekend.

Lees meer

Deportatie

Kort na zijn vertrek naar Amsterdam, op 15 februari 1942, sneuvelde er een raam van zijn Zaandamse woning, waarschijnlijk het resultaat van een inbraak. Dergelijke pogingen tot diefstal uit leegstaande woningen van vertrokken joden vonden vaker plaats. Levi van Thijn, Leentje van Thijn-van Allemans en hun zonen Jonas en Marcus werden in de zomer van 1943 naar Westerbork vervoerd. Op 24 augustus gingen zij op transport naar Auschwitz. Dit transport herbergde volgens Philip Mechancus ‘bijna uitsluitend zieke ouden-van-dagen en s[straf]-gevallen’. Direct na aankomst, op 27 augustus 1943, werden Levi (49), Leentje (47) en Marcus (10) van Thijn in de gaskamers van Birkenau vermoord.

Jonas

Jonas werd voor werk geselecteerd en naar een verderop gelegen Aussenlager van Auschwitz gestuurd, Monowitz. Dit kamp stond onder meer ten dienste van chemieconcern IG-Farben, hetzelfde concern dat voor de gaskamers van Auschwitz het Zyklon-B gas vervaardigde. De gevangenen moesten er tien tot twaalf uur per dag werken, ook bij vorst tot 15 graden.3 De 20-jarige Jonas van Thijn bezweek er na vier maanden, op 21 januari 1944.

Verwanten

Levi’s moeder Engeltje van Thijn (83) werd op 12 februari 1943 in Auschwitz vergast. Zijn broer Samuel en echtgenote Veronica van Thijn-Mulle waren op 19 november 1942 in hetzelfde kamp vermoord. Leentjes moeder Reintje van Allemans-Cohen (79) werd aan het begin van de deportaties naar Auschwitz vervoerd en op 28 september 1942 gedood. Een jongere broer van Leentje, Abraham van Allemans (Zaandam, 23-12-1903), kwam al eerder in Auschwitz om het leven. Op 8 augustus 1942 stierf hij, even na zijn vrouw en kind. Leentjes zus Dina Beem-van Allemans (Zaandam, 5-3-1899) werd er twee maanden daarna vermoord, op 15 oktober 1942. Een tweede zuster, Saartje de Leeuw-van Allemans (Zaandam, 8-1-1898), stierf op 22 mei 1944 eveneens in Auschwitz.