Lijn, van der (Joost)

Laatste wijziging: sep 26, 2020 @ 10:37

Joost van der Lijn (Amsterdam, oktober 1942)1

Het blad Wormerveer Weleer plaatste een artikel over Wilhelmina Koene-Reijmers, die vertelde over een bij haar aangetrouwde familie in Wormerveer verblijvend joods onderduikertje, ‘Eddy’. Diens werkelijke naam was Joost van der Lijn.

Amsterdam

Joosts ouders waren accountant Emanuel van der Lijn (Amsterdam, 20-6-1911) en Elise Evaline van der Lijn-Hijmans (Amsterdam, 14-1-1910). Het gezin, met naast Joost nog zijn oudere zusje Eva, stond na een door de bezetter gedwongen verhuizing naar het Amsterdamse ‘Judenviertel’ tot 14 januari 1943 ingeschreven op het adres Transvaalstraat 54hs. De zes jaar daarvoor woonden ze in de Dintelstraat 6, op de eerste verdieping.

Onderduik

Op zijn website vertelt Joost van der Lijn over zijn oorlogsgeschiedenis. “Mijn vader had – we hebben het over 1942/1943 – heel goed begrepen dat deportatie, dus transport naar ‘het oosten’, die ons wachtte niets goeds te bieden zou hebben. Hij wist mijn moeder daarom te overtuigen dat het beter zou zijn als ieder van de gezinsleden afzonderlijk zou onderduiken. Ik was toen ik onderdook (of beter: ondergedoken werd) een baby van een half jaar oud.”

 Tine Boeke-Kramer

“Omdat het te veel zou kunnen opvallen als je een kind gewoon aan iemand meegaf, liep mijn moeder met mij in de kinderwagen over een hele lange straat [de Ceintuurbaan]. Het ‘meisje van het verzet’ kwam erbij lopen, en legde ook een hand op de stang van de kinderwagen en al lopend over de lange straat schoven de handen telkens een klein beetje op over die stang. Een paar honderd meter verder liepen de dames samen achter de kinderwagen en nog veel verder, bij het eind van de straat, liep het ‘meisje van het verzet’ verder met de wagen en mijn moeder ging zonder haar kind naar huis.” Het betreffende ‘meisje’ was Tine Waage-Kramer. Zij bracht tot haar arrestatie in augustus 1943 enkele tientallen joodse kinderen onder op veilige plekken. Over Tine Waage-Kramer (later Boeke-Kramer) is meer te lezen in de lemma’s over Veronica Hirschel en Jacob Polak.

Hengelo

Tine vond voor Joost eerst een plek in Hengelo. Zijn zus ging eerst naar Haarlem en een paar maanden later naar Limburg. Toen het gezin waar Joost verbleef na een paar weken besloot dat het voor hem te gevaarlijk werd om te blijven, ging Tine naar Hengelo om hem op te halen en op een ander adres onder te brengen. Zijn moeder schreef daarover later: “Het meisje ging er heen en vond het kind in de wagen in de tuin staan, zonder dat er iemand thuis was. Ze wachtte een poosje, maar toen het tijd voor haar trein werd graaide ze wat kleertjes bij elkaar en vertrok.” Joost kwam in mei 1943 terecht bij de gereformeerde familie Koene in Wormerveer.

Wormerveer

Winkelier Gerard (Gé) Koene (1899) was actief in de illegaliteit en daarom ondergedoken. Zijn echtgenote Bets Koene-de Vries, moeder van twee kinderen, nam Joost op in haar woning aan de Wandelweg 36. De plaatselijke huisarts S. Klopper regelde dat Joost als ‘Eddy’ als een nakomertje in het trouwboekje werd bijgeschreven. “Eigenlijk had Bets, die al twee zonen had opgevoed, aan het verzet gevraagd om een meisje. Maar het werd weer een jongetje – een besneden jongetje was in die tijd bovendien extra riskant. Maar een vrolijke babylach – ik was zeven maanden toen ik bij haar kwam – wekte snel haar moedergevoel. De zonen Koene – tieners al – mochten meedenken over een naam. Dat werd Eddy, Eddy Koene. Over de nieuwe baby werd niet erg geheimzinnig gedaan, dat kon je met een winkel aan huis moeilijk verbergen. Klanten in de kledingzaak zeiden wel eens: ‘We hadden niet gezien dat je weer een kind had gekregen.'”

Duitse politie

Een kleindochter van Gé en Bets Koene vertelde Joost van der Lijn bijna driekwart eeuw na de oorlog: “Het verhaal wat me nog het meest bijstaat, was dat de Duitse politie bij haar [Bets] kwam om te vragen waar opa was. Tijdens dat bezoek speelde één van die mannen met jou. Ze zei tegen mij: ‘Als ze geweten hadden wat voor jongetje het was, zou het heel anders gelopen zijn!’ Ik vond haar toen zó dapper, ze moet doodsbang zijn geweest!”

Na de oorlog

Joost had in Wormerveer een gelukkige tijd. Hij zou, net als zijn zus en zijn eveneens ondergedoken moeder, de oorlog heelhuids doorkomen. Zijn vader stierf op 6-1-1945 in Bergen-Belsen. Hij was voordien actief in het verzet en bood onder meer hulp aan joodse onderduikers. Op 28-4-1944 werd hij gearresteerd en via Scheveningen en Westerbork afgevoerd naar Bergen-Belsen. “Na de oorlog kwam mijn natuurlijke moeder, Lies van der Lijn-Hijmans, uit haar onderduik terug, zonder huis, zonder inkomen. Gé en Bets waren de eersten om te helpen. Ze gaven gastvrij onderkomen, ook aan haar en mijn zus Eva, die in Limburg ondergedoken was geweest en ook nog in Wormerveer naar school ging.” Na enkele maanden keerde het gezin Van der Lijn terug naar Amsterdam, waar ze een woning konden betrekken op de Hoofdweg.

1Wormerveer Weleer (november 2018), Joodsmonument.nl; Stadsarchief Amsterdam, gezinskaart; Rechtvaardigen onder de Volkeren; Informatie van Joost van der Lijn (29-8-2020); joostvanderlijn.nl