Vecht (Selma)

Laatste wijziging: 6 mei 2016

Selma Vecht (Zwolle, 27-2-1919 – Haifa, 13-5-1955)1

Selma Vecht zat enige tijd ondergedoken in Zaandam. Ze was een dochter van fabrikant Charles Vecht (Elburg, 5-2-1891 – Auschwitz, 9-10-1943) en Elisabeth Heimans (Zwolle, 28-7-1896 Auschwitz, 9-10-1943). Ze woonden in een groot huis aan de Rhijnvis Feithstraat 3 in Zwolle, samen met Charles’ ouders en het gezin van diens zus, Rosa Vecht.

Vluchtelingen

In de jaren dertig ving Charles Vecht joodse vluchtelingen uit Duitsland op. Hij voorzag hen van onderdak en voedsel. Als tegenprestatie werkten ze in zijn fabriek.

Oudste kind

Selma was het oudste kind van de familie Vecht. Ze werd kleuterleidster en blonk uit in handwerken. Haar jongere zusters Bertha Mirjam (‘Bertje’) en Lucy (‘Loesje’) en haar ouders werden op 9 oktober 1943 om het leven gebracht in Auschwitz. Haar broer Jacob Meijer Theodoor (‘Theo’) dook net als Selma onder, tegen de zin van hun vader. Die gaf hen desondanks elk 10.000 gulden mee om in hun levensonderhoud te voorzien. Ze zouden de oorlog allebei overleven.

Veenstra

De 19-jarige Theo kwam via familieconnecties terecht op twee achtereenvolgende schuilplaatsen in Zwolle, waar hij de bevrijding meemaakte. Selma dook onder in Amsterdam en Zaandam. Op een naoorlogse lijst van het Nationaal Steunfonds en op een ‘marsch-bevel’ uit mei 1945 staat als haar Zaandamse schuilplaats Provincialeweg 170 vermeld. Daar woonden, in een houten huisje schuin tegenover het treinstation, stationschef Marten Veenstra en diens huishoudster en latere echtgenote Ietje Dijkstra. Selma kwam bij hen terecht via de Zaandamse verzetsman Piet Bosboom*, die op dit adres ook Levie Wolf Polak* onderbracht. Voor de onderduikers ontvingen Veenstra en Dijkstra maandelijks 80 gulden verzorgingsgeld. Selma Vecht overleefde de jodenvervolging.

Israël

Op 11 mei 1945 kreeg Selma toestemming om Zaandam te verlaten. Als nieuw officieel woonadres stond toen de Beethovenstraat 80 I in Amsterdam genoteerd. Selma keerde terug naar Zwolle, maar bleef daar slechts kort. Eind 1945 emigreerde ze naar Palestina. Na alles wat ze had meegemaakt, wilde ze niet langer in Nederland blijven. In Haifa leerde ze Chananja (Henick) Cudzynowski kennen, een smid die in Kiriath Haim woonde. Ze trouwden twaalf dagen na het ontstaan van de staat Israël, op 27-5-1948, en gingen wonen in de nieuwe nederzetting Kiriath Tivon. Het echtpaar kreeg twee kinderen: Itamar (6-9-1949) en Wardiet (23-7-1952). Op 7-5-1955 overleed Selma plotseling aan een epileptische aanval.

Voetnoten

1 Rechtvaardigen onder de Volkeren; NIOD-archief 251, inventarisnummer 236; www.van-der-vegt.nl; www.joodszwolle.nl; Informatie van M. Kan uit Israël (4-9-2012)