Vet (firma en familie)

Laatste wijziging: 6 mei 2016

De juweliersfamilie Vet1

Bij uitzondering gaat aan de beschrijving van de twee huishoudens van de familie Vet, die op 17 januari 1942 gedwongen werden om Zaandam te verlaten, een uitgebreid overzicht vooraf van de firma en de gehele familie. Dit is te rechtvaardigen vanwege het belang van familie en bedrijf voor de Zaanstreek. (Vergelijk Polak & Schwarz*)

FIRMA-GESCHIEDENIS

De joodse familie Vet was al rond 1820 bekend in Zaandam. Wolf Levie Vet uit Amsterdam was koopman en ‘splitter’ en later ‘debiteur’ (verkoper) van de Staatsloterij. Hij vestigde zich niet ver van de synagoge op het Geldeloze Pad 458, het latere Kuiperspad. Dit pad liep aan de noordzijde van de latere Gedempte Gracht, van de Westzijde tot de Vinkendwarsstraat. Zoon Izak Wolf nam de loterijhandel over. Een andere zoon, Mozes Wolf Vet2, opende in 1832 in de winkel van zijn vader een zaak in goud- en zilverwerk. Beide zoons deden goede zaken en bekleedden functies in het synagogebestuur. Mozes Vet ondertekende als penningmeester de oproep van mei 1862 aan de ‘Mensenvrienden’ om geld te schenken voor de nieuwbouw van de synagoge.3

Vader en zoons

Een neef, Salomon Izak Vet (Zaandam, 28-6-1837), kwam in 1860 in de zaak. In mei 1861 kreeg hij er de leiding, zoals uit een krantenstukje met foto over zijn vijftigjarig jubileum blijkt (zie hiernaast). In de jaren daarna kon Salomon als goud- en zilversmid aan de Oostzijde 11 een eigen bedrijf beginnen. Hij woonde met zijn vrouw Judith van Thijn bij de winkel. Salomon was in 1889 lid van een deftig gezelschap, mogelijk de Burger Kiesvereniging4 en in 1897 lid van de commissie die de 200-jarige herdenking organiseerde van tsaar Peter de Grote’s verblijf in Zaandam. In 1900 stond de firma Vet bekend als goed lopende winkel in goud en zilver, annex smederij. Met twee zonen vormde Salomon de firma S.I. Vet & Zonen, die in 1902 een tweede zaak opende aan de Westzijde 46. Voor deze ‘West-winkel’ was zoon Wolf verantwoordelijk. Hij ging er met zijn eerste vrouw boven wonen. In 1911 opende de firma, uitgebreid met broer en firmant Arnold, een grote winkel aan de Gedempte Gracht 16. De zaak aan de Oostzijde kon dicht.

Meestertekens

De firma Vet voerde zeven meestertekens, alle omsloten door een zeshoek, < > of > <. Het eerste stamde uit 1902, toen de firma een nieuwe winkel opende, en toont de initialen van Salomon Vet met een grote twee ertussen: . De 2 duidt vermoedelijk op de activiteit van de zonen, Wolf (30) en Arnold Vet (19). Na de dood van de vader, in 1917, kwamen er tot 1927 nog vier meestertekens, in verschillende varianten. In één daarvan werd de 2 klein weergegeven, als aanduiding van de generatie der kinderen. Het laatste meesterteken van Wolf en Arnold Vet, >S2V<, was in gebruik van 1927 tot mogelijk 1943. De zeshoek was toen omgekeerd. Op 17 januari 1942 moest Arnold met zijn gezin -Wolf was in 1940 overleden- het bestaan in Zaandam opgeven. Het is de vraag of hij daarna nog als zilversmid heeft kunnen werken.Miniaturen

De firma Vet maakte zilveren miniaturen van de Bullekerk, het Czaar Peter-huisje, de eerste winkel van Albert Heijn, de Zaandamse gashouder, het Havenmeesterskantoor (nu in het Zaans Museum), een sproeiwagen en uiteraard verschillende molens, waaronder de Zaandamse paltrokmolen De Wildeboer (1927). De gemeente Zaandam bood koningin Wilhelmina in april 1908 een exemplaar aan van de Bullekerk, dat in het Koninklijk Huisarchief wordt bewaard. Tsaar Nicolaas II ontving in 1911 een exemplaar van het Czaar Peter-huisje. Een ander miniatuur van het huisje schijnt lange tijd in de etalage van de zaak aan de Gedempte Gracht te hebben gestaan.5

Nieuwe winkel

Judith Vet-van Thijn stierf op 12 augustus 1913, haar man op 23 juli 1917. Beiden werden bijgezet op de joodse begraafplaats aan de Westzanerdijk. De leiding van de zaak aan de Gedempte Gracht kwam nu definitief bij broer Arnold. Hij stond aanvankelijk ingeschreven als ‘horlogemaker’. In 1932 vierde de firma haar 100-jarig bestaan. De klanten kregen een zilveren lepeltje of bladwijzer met daarop het Zaanse huisje aan het Kuiperspad waarin Mozes Wolf Vet was begonnen. In hetzelfde jaar werd op dezelfde plaats een nieuwe winkel gebouwd. De zaak had een zakelijk-moderne stijl, bevatte een dubbele bovenwoning en twee ruime erkers en werd bekroond door twee puntdaken. Het pand bestaat nog. De twee spitsen spelen met de vorm van de letter V.

Lees meer

FAMILIE-GESCHIEDENIS

Salomon Izak Vet trouwde op 21 april 1861 met Judith van Thijn. Zij was de dochter van de grondlegger der Zaanse slagersdynastie, Barend Abraham van Thijn. Het echtpaar Vet-van Thijn woonde bij de winkel aan de Oostzijde 11. Drie broers van Judith, slagers, trouwden ieder een meisje Vet. Minstens twee kinderen van Judith en Salomon trouwden een Van Thijn.

Negen kinderen

Salomon en Judith kregen negen kinderen. Van hen stierven er zeker vier voor de Tweede Wereldoorlog. Barend overleed in de oorlog, drie anderen tijdens de Sjoa, tezamen met twee schoondochters en twee kleinkinderen. Vijf kinderen hadden meerdere jaren winkels in Zaandam: Barend, Sara, Anna, Wolf* en Arnold*. De laatste twee speelden als voortzetters van het familiebedrijf een belangrijke rol in Zaandam en de joodse gemeenschap. Zij krijgen een aparte vermelding, ook omdat Arnold en de weduwe van Wolf slachtoffer waren van de ‘evacuatie’.

Izak Salomon (6-6-1862)

Izak ging in augustus 1886 naar Amsterdam. Van hem is weinig bekend. De eerste zoon in een joodse familie kreeg wel vaker dezelfde voornamen als zijn vader, maar in omgekeerde volgorde.

Barend (6-11-1863)

Barend Vet trouwde 18 oktober 1900 op 36-jarige leeftijd met Bernardine Isaac (Eijsden, 10-4-1865). Na de huwelijksreis kwam hij naar Zaandam. Barend was ‘winkelier’ en ‘sigarenfabrikant’. Het echtpaar begon op de Czarinastraat 9, maar betrok in mei 1901 een sigarenwinkel op de Gedempte Gracht 22. Op dat adres werd Max Salomon (17-1-1902) geboren. Hij zou als winkelbediende meewerken in de zaak. Op 18 december 1904 kwam Paul Isidore ter wereld. Deze stierf al op 29 maart van het volgende jaar. In juni 1924 verhuisde men naar de Admiraal de Ruyterweg 177 in Amsterdam. In november was men weer terug. Het gezin woonde nu op de Bootenmakersstraat 96. Barend had ‘geen beroep’: hij kon vermoedelijk rentenieren.

In 1930 vertrok zoon Max naar Amsterdam. Hij trouwde en kreeg twee dochters. Zijn ouders verhuisden in april 1936 naar Amsterdam; men ging in de chique Raphaelstraat 91 wonen. Barend overleed in december 1942. Het was na de etnische zuivering van Zaandam, midden in de periode der deportaties. Toch werd hij op 17 december 1942 bijgezet op de joodse begraafplaats te Zaandam.6 Daar heeft men toestemming voor nodig gehad en blijkbaar verkregen.

Mozes (3-5-1865)

Mozes huwde op 27 oktober 1897 te Parijs de evangelisch-lutherse Eva Gertruida Maria Poolman (Amsterdam, 1-1-1866). Ze was de dochter van een zilversmid. Mozes was ‘diamantsnijder’ en ‘-handelaar’. Het paar woonde tot mei 1922 buiten Zaandam. Toen vestigden zij zich op de Oostzijde 13b, een buurhuis van het ouderlijk pand. Twee jaar later gingen ze naar Rustenburg 118. Daar overleed Mozes op 14 december 1935. Hij werd begraven aan de Westzanerdijk. De weduwe Vet-Poolman verhuisde in mei 1938 naar de Stadionweg 61 in Amsterdam. Zij overleed op 16 mei 1940.

Sara (1-2-1868)

Zij trouwde op 4 juli 1894 met Gerrit van Thijn (Zaandam, 29-1-1867), een winkelier in manufacturen. Op 20 maart 1898 werd Gontje geboren. Een maand tijd later, op 22 april, stierf Gerrit. Als weduwe zette Sara de zaak aan de Noorderkerkstraat 4 voort. Het werd een ‘Magazijn van kristal, byouterieën, porselein en speelgoederen’. Specialiteit waren de ‘souvenirs van de Zaanstreek’. In 1904 verhuisde Saar van Thijn-Vet naar de Oostzijde 11b. Haar ouders woonden op nummer 11. Andere joodse winkeliers zouden op de plek aan de Noorderkerkstraat verder gaan (zie Barend* en Levi van Thijn*).

Dochter Gontje werd onderwijzeres en was in de jaren 1918-’19 in de gemeente Beemster. Sara’s zuster Susanna verbleef tussen februari 1922 en 1924 bij haar. In februari 1924 gingen Sara en Gontje naar de Admiraal de Ruyterweg 248a in Amsterdam, de buurt waar ook Barend woonde. Gontje trouwde in Amsterdam met de boekhandelaar Henri Salomon Vis. Zij zal in november 1940 van haar functie ontheven zijn. In september 1941, bij de segregatie van het onderwijs, was zij onderwijzeres aan de joodse school nummer 2 aan de Nieuwe Uilenburgerstraat 96. In de maanden oktober/november 1941 was zij volgens opgave van de gemeente Amsterdam ziek.

In februari 1941 woonde de weduwe Van Thijn-Vet in de Oude IJsselstraat 6. Haar zuster Susanna woonde op dat moment opnieuw bij haar. Een schoolvriendin bezocht Julie Vet* na 17 januari 1942 in de Oude IJsselstraat, vermoedelijk hetzelfde adres als dat van haar tantes. Gontje woonde toen aan de Rijnstraat 12, om de hoek, waar de boekhandel was. Sara van Thijn-Vet werd op 2 juli 1943 in Sobibor vermoord, haar dochter Gontje Vis-van Thijn met haar man Henri Salomon Vis een week later, 9 juli 1943. Susanna Vet kwam op 13-11-1942 om het leven in Auschwitz.

Anna (18-4-1870)

Anna Vet trouwde op 3 juli 1895 met een andere Van Thijn: Abraham (6-4-1868). Hij kwam uit Krommenie en was ‘winkelier’, ‘vleeschhouwer’ en ‘[winkelier in] dameshoeden’, zoals op de gezinskaart is genoteerd. Hij was een zoon van de slager van Krommenie, Salomon Barend, en diens vrouw Betje Vet. Aannemelijk is dat Abraham en Anna niet lang doorgingen met het slagersvak. Met de kleiner wordende, moderner levende en gemengd huwende joodse gemeenschap was er weinig behoefte meer aan kosjere slagers. De Van Thijns woonden het grootste deel van hun leven in de buurt van Anna’s ouderlijk huis: Oostzijde 13, 16, 15 en 13b.

Hun enige kind, Elisabeth, werd op 30 mei 1896 aan de Oostzijde 16 geboren. Ze overleed als 15-jarige op 21 januari 1913, een half jaar voor haar oma. Anna en Abraham stierven nog voor de oorlog. Zij op 31 januari 1936 en hij op 23 oktober van dat jaar. Beiden werden begraven op de joodse begraafplaats.

Wolf* (6-6-1872)

Elisabeth (1-11-1875)

Elisabeth stierf op 5-2-1894. Zij woonde in die tijd met haar ouders, broers en zussen op de Oostzijde 11. Ook zij werd aan de Westzanerdijk begraven.

Susanna (29-6-1880)

Susanna bleef eveneens bij haar ouders en woonde na de dood van haar vader bij Arnold. Haar beroep was winkelbediende, vermoedelijk in de zaak van haar jongere broer. In de periode 1922-’24, toen Arnold voor de tweede keer trouwde en een dochter kreeg, verbleef zij bij haar zuster Sara Vet-van Thijn. Gedurende de oorlogsjaren gebeurde dat nogmaals, dit keer in de Amsterdamse Oude IJsselstraat. Susanna Vet kwam op 13-11-1942 om het leven in Auschwitz.

Arnold* (27-1-1883)

Voetnoten

1 H1-2; Gezinskaarten; www.joodsmonument.nl; P. Heere, Fragmentgenealogie van de joodse goud- en zilversmeden-familie Vet (Zaandam) Zie ook het nogal onnauwkeurige Het geslacht Vet. Met dank aan Bob Kernkamp, eertijds werkzaam bij het Gemeentearchief Zaanstad; Mededeling van Jeanne Ammers-Douwes (mei 2010); Nederlandse verantwoordelijkheidstekens sinds 1797. Waarborg Goud, Zilver en Platina B.V., Gouda (editie 1997)

2 In Het geslacht Vet wordt hier abusievelijk gesproken over ‘zoon Izak Wolf (1811-1867)’. P. Heere geeft in zijn artikel voor Mozes Wolf de data 1810-1874

3 Auwerda, o.c. (p. 25)

4 Hottentot, J. Zaandam in Oude Ansichten dl. 2 (nr. 92)

5 Mededeling van B. Vollmann-Petersen, bevestigd door H. Nieuwenhuizen-Offringa (1998)

6 Mededeling van Joop Meijer, secretaris van de Nederlands-Israëlitische Gemeente (1999)