Vles (Sigofred/Fred)

Laatste wijziging: 6 mei 2016

Echtpaar Sigofred Jacobus (‘Fred’) Vles (Zaltbommel, 1911 – 9-7-1979) en Philippine Sophie Vles-Muller1

Dit uit Den Bosch (Luybenstraat 30) afkomstige echtpaar woonde een tijd bij technisch tekenaar Gerrit Dil (1915) en zijn vrouw Ruth Ohm op de Zuiddijk 81 ba in Zaandam. Gerrit en de joodse Fred Vles kenden elkaar van hun werk bij Fokker. Op nummer 81 woonde havenloods en verzetsman Martinus Arends, die eveneens bescherming bood aan het echtpaar Vles.

Ontslag

Vles was op 23 januari 1939 gepromoveerd in de wis- en natuurwetenschappen. Fred Vles werd tijdens de oorlog op grond van Duitse verordeningen gedwongen om ontslag te nemen. Gerrit drong er op aan dat zijn voormalige collega zou onderduiken bij hem en zijn vrouw. Fred weigerde, bang als hij en zijn echtgenote Philippine waren om de onderduikgevers in gevaar te brengen. Fred en Philippine besloten om wel hun twee kinderen te laten onderduiken. De oudste zoon, Joseph (1939), belandde bij de familie Dagnelie in Amerongen, de jongste, Paul Alfred (Amsterdam, 11-5-1941) in Bennekom. Op 7-2-1944 werd Paultje ziek. Zijn onderduikouders Piet en Johanna Maria Babel Soest schakelden een huisarts in, die difterie constateerde. Omdat er niet voldoende medische hulp te vinden was, overleed Paultje in de vroege ochtend van 14-2-1944. Hij werd begraven in de tuin van Hartenseweg 4, zijn onderduikadres. Het duurde tot 14-11-1945 voor hij kon worden herbegraven op de algemene begraafplaats van Wageningen.

Onderduik

Het echtpaar Vles kende de adressen van de kinderen niet. Op het moment dat deportatie aanstaande leek, namen ze alsnog contact op met Gerrit Dil. Die haalde hen vervolgens op en bracht hen onder in zijn huis. Het echtpaar Dil had drie jonge kinderen. Toen het echtpaar Vles nog geen maand in de Zaandamse woning was, doorzochten twee Nederlandse agenten in opdracht van de Sicherheitsdienst het onderduikadres. Dat gebeurde op 11 februari 1943. Gerrit was echter gewaarschuwd en had zijn joodse gasten overgebracht naar een andere schuilplaats. Bovendien was een van de agenten de betrouwbare rechercheur Robert Rudolf (‘Bob’) Pel.

Jan Westerbroek

In zijn naoorlogse BS-dossier is iets meer te vinden over Pels betrokkenheid bij bovenstaande zaak. In zijn cv werd dat als volgt verwoord: “Na bekomen opdracht in Maart 1943 van de NSB-politiechef een aantal ondergedoken Joden (Dr. Vles en diens gezin) te Zaandam te arresteren, dit gezin gewaarschuwd (persoonlijk) om na hun vertrek huiszoeking te verrichten in het bewuste perceel, om het uiteraard negatieve resultaat later aan het Bureau van Politie te melden; naderhand Dr. Vles en fam. voortgeholpen met bonkaarten, persoonsbewijzen, geld en bij razzia’s aan onderdak in eigen woning.” Pel woonde in de Zaandamse Tuinstraat 40. Daar zou de familie Vles na de bevrijding nog drie maanden blijven wonen. Op verzoek van Pel nam de Zaandamse PTT-ambtenaar Jan Westerbroek, die nauw samenwerkte met het Nationaal Steunfonds, in de oorlog ‘de gehele materiële verzorging op zich’ van het echtpaar Vles.

Nationaal Steunfonds

Na enige omzwervingen namen Fred en Philippine wederom contact op met Gerrit Dil. Hij nam het echtpaar Vles opnieuw in huis. Daar bleven ze tot aan de bevrijding. Het Nationaal Steunfonds leverde via Zaandammer Willem Hart maandelijks 175 gulden af bij het echtpaar Dil, waarmee in het levensonderhoud van de twee onderduikers kon worden voorzien.

Uit eten

Het echtpaar Vles verliet elke donderdag het onderduikadres van Gerrit Dil en Ruth Ohm om te gaan eten bij de communistische verzetsfamilie Koeman. Die woonde in de Zaandamse D. Doniastraat 36. Het echtpaar Koeman had het dankzij de steun van het Nationaal Steunfonds wat ruimer dan de familie Dil. Bep Koeman: “Mijn man haalde ze ’s avonds op en bracht ze de volgende morgen vroeg weer terug. ’s Nachts sliepen ze bij mensen naast ons. Ik maakte op die donderdagen bijvoorbeeld aardappelen, groente en schijngehakt. En karnemelksepap. Achteraf hebben ze wel gezegd: ‘Het allerlekkerste dat we gegeten hebben was bij Bep in de hongerwinter. De hele week zeiden we: straks is het weer donderdag en kunnen we weer heerlijk onze maag vol eten!” In de nacht van donderdag op vrijdag sliep het echtpaar Vles bij Jan Dekker, op de D. Doniastraat 30. Die woonde sinds 1942 of 1943 in de huurwoning van de ‘geëvacueerde’ joodse familie Van Hoorn*.

Herinnering

Na de oorlog kon Philippine haar inmiddels 6-jarige zoon ophalen op diens onderduikadres. Toen zij aan de deur verscheen, zou hij haar hebben gevraagd: “Mevrouw, mag ik straks af en toe naar Amerongen?”2 De herinnering van Joseph Vles zelf is anders.3 Na de bevrijding door de Canadezen kwamen er twee vreemde mensen in een oude Citroën, die zeiden: “Wij zijn je pappa en mamma.” Ze vertelden hem ook dat een tante en een opa waren omgekomen, en dat veel andere familieleden vreselijk hadden geleden. Joseph moest erg aan zijn ouders wennen. Hoewel hij hen erg miste, is hij nooit meer bij de Dagnelies op bezoek geweest. Na de oorlog woonde de familie Vles op de Willemsparkweg 43 in Amsterdam.

Voetnoten

1 Rechtvaardigen onder de Volkeren; Verborgen kinderen (p. 145-150) – met veel afwijkingen t.o.v. Rechtvaardigen onder de Volkeren; Informatie van G. Koeman-Westmijze (28-10-2008) en H. Wegereef (18-4-2014) uit Zaandam; NIOD-archief 251a, inventarisnummer 23b; Dagblad Zaanstreek (1-9-2010); Nationaal Archief 2.13.137, inventarisnummer 3477; www.wageningen1940-1945.nl; Gemeentearchief Zaanstad OA-0054, inventarisnummer 235)

2 Rechtvaardigen onder de Volkeren

3 Marks, J. Verborgen kinderen (p. 150)