Winter, de (Emma)

Laatste wijziging: 6 mei 2016

Emma de Winter (Den Bosch, 14-5-1927)1

Emma was een dochter van de Enschedese textielgrossier Israël de Winter (Lith, 8-3-1897 – Vught, 28-5-1960) en manufactureninkoopster Johanna de Winter-Kan (Oldenzaal, 21-8-1902 – Leiden, 18-2-1972). Ze vond tijdens de oorlog een schuilplaats in diverse gemeenten, waaronder Zaandam – onbekend is waar.

Eindhoven

De onderduikperiode van Emma en haar zus Henriette (‘Nettie’) begon in januari 1943 in Eindhoven. Na korte tijd werden de meisjes op afzonderlijke adressen ondergebracht en begon Emma’s zwerftocht door Nederland. Volgens Nettie werd ze in verschillende huishoudens uitgebuit, onder meer door haar in te zetten als kinderoppas.

Schuilnaam

Tijdens haar onderduikperiode droeg Emma de schuilnaam Cornelia (‘Corrie’) Petronella Hendriks. Ze dook onder in Den Bosch, Eindhoven, De Bildt, Drachten, Deventer, Zaandam en Amsterdam. Ze maakte de bevrijding samen met haar zus en moeder mee in de hoofdstad. Daar dook kort na de bevrijding ook broer Elkan (‘Eddy’) op, die de oorlog had overleefd op schuilplaatsen in Limburg. Na de oorlog werkte Emma als kleuterleidster. Op 11 november 1952 trad ze in het huwelijk met de zakenman Antonius Franciscus Maria Wilhelmina Hoes (St. Michielsgestel, 9-3-1924). Ze kreeg met hem vier kinderen: Harold, Karen, Onno en Isa. De laatste twee kregen landelijke bekendheid als respectievelijk politicus en actrice.

Voetnoten

1 http://tc.usc.edu; www.verreverwanten.nl; www.wimhoes.nl; Informatie uit het tv-programma ‘Verborgen verleden’ (5-11-2016)