Witsen, van (Henri)

Laatste wijziging: 6 mei 2016

Henri van Witsen (Amsterdam, 23-10-1895 – Auschwitz?, 22-5-1944?)1

Henri van Witsen was procuratiehouder en chef export/verkoop bij Polak & Schwarz*. Hij was volgens Gerard Duijf een ‘klein, dik heertje, vaak in gedachten’. Henri was een leidende figuur bij de essencefabriek.

Gezin

Hij trouwde in 1924 met Serliena Kolthoff (Amsterdam, 24-11-1902). Het echtpaar ging op de Harmoniehof 38 II wonen, in Amsterdam Oud-Zuid. In 1929 zou ook de familie GroenmanPolak/Kijzer* in deze straat komen wonen. Er werden drie kinderen geboren: Judith (Amsterdam, 21-3-1925), Maurits (Amsterdam, 24-1-1928) en Rosalien (Amsterdam, 29-4-1935).

Vrijheidsbeperking

Op 17 januari 1941 vierde het bedrijf, op de inkoopafdeling, Van Witsens jubileum, vermoedelijk vanwege 25 jaar trouwe dienst. Onder de sprekers waren ook Cook Brummer en Adolf Schwarz, aldus het dagboek van personeelschef Andries Bouman. Die schreef ook over het intrekken van de reisvergunning. Tot 1942 reisde Henri naar en van Zaandam. Op een gegeven moment kreeg ook hij een transportverbod, ondanks het belang van Polak & Schwarz voor de Duitsers. Bouman: “De Joden moeten nu een ster dragen op de linkerborst. Op 2 Juni werden hun reisvoorzieningen ingetrokken. Voortaan moeten ze er een aanvragen bij de Duitsche autoriteiten i.p.v. bij de Joodsche Raad. Er waren de vorige week nog niet veel vergeven. De rest bleef dus thuis.” Dat zal in de meeste gevallen zo zijn gebleven. Bouman zocht Van Witsen in die tijd een keer ’s avonds op.

Distributiekantoor

Henri van Witsen wist een baan te regelen bij een distributiekantoor in de Transvaalbuurt. Judith en Maurits waren in die tijd leerlingen op het Joods Lyceum in de hoofdstad. Op haar 18de deed Judith er nog examen. Dat jaar verscheen er een paar keer ‘foute’ politie aan de deur, maar transport naar Westerbork kon vooralsnog worden voorkomen. Het gezin werd financieel gesteund door Polak & Schwarz, ook al werkte Henri van Witsen er niet meer.

Onderduik

In eerste instantie wilde Henri niet onderduiken met zijn gezin. Bij hem leefde, zoals bij velen, het idee dat ze zwaar gestraft zou worden als ze werden betrapt. Een in Brussel verblijvende neef en zijn eigen kinderen haalden hem echter over om de stap toch te wagen. In eerste instantie werd het gezin verspreid ondergebracht in Amsterdam, maar op Hemelvaartsdag 1943 vertrokken ze met z’n allen per trein, koets, tram en bus via Antwerpen naar Brussel. Ze kregen daarbij hulp van Cook Brummer, de ‘arische’ directeur van Polak & Schwarz, en van Nederlandse marechaussee. In dezelfde actie ging, via de neef van de familie Van Witsen, ook de weduwe van Samuel Schwarz, Ella*, met haar drie zoons naar Brussel. De familie Van Witsen kwam terecht in de Paleizenstraat.

Lees meer

Arrestatie

Henri werd in Brussel opgepakt door een jodenjager. Het was ‘een Poolse jood die werktuig van de SS was’, zoals in het naoorlogse jaarverslag van het bedrijf werd vermeld. Maurits van Witsen vertelde in een film over het bedrijf dat hij die dag met zijn vader naar buiten was gegaan om boodschappen te doen voor het gezin. Ze gingen uit elkaar om zodoende extra te kunnen krijgen. Toen Maurits thuiskwam was zijn vader er nog niet. Tot ieders ontsteltenis kwam hij ook nooit meer. Henri van Witsen zat vijf dagen gevangen op de Avenue Louise en werd daarna, als Nederlandse jood, ‘met een speciale trein via Westerbork naar Auschwitz gebracht’. Het verslag preciseert: “Aldaar zijn bij aankomst alle mannen boven 45 jaar in de gaskamers gebracht, n.l. 1500 van de 2000.”2 Onder deze mannen bevond zich ook Henri van Witsen. Hij vertrok met het laatste transport vanuit België naar Auschwitz.

Arrestatie

Zijn dochter Judith schrijft: “Mijn vader werd vrijdag 12 mei 1944 opgepakt door de gevreesde Jacques, een jood die samen met een Gestapo-man in een zwarte Citroën met rode wieldoppen door Brussel en omgeving à 700 francs jacht maakte op ‘verdachte’ joodse slachtoffers. Mijn vader is, zover we weten, vanuit Mechelen, het Belgische Westerbork, op woensdag 17 mei op transport gesteld; deze trein schijnt via Westerbork op 19 mei 1944 langs Bergen-Belsen gereden te zijn naar Auschwitz. De datum van het (eufemistisch genoemde) overlijden van mijn vader op 22 mei 1944 lijkt dus wel waarschijnlijk.”3 Het slachtofferregister van de Oorlogsgravenstichting geeft geen sterfdatum.

Verwanten

De vader van Serliena, Meijer Kolthoff (1866) werd op 5 maart 1943 in Sobibor vermoord.4 Judith van Witsen schrijft dat Ella’s zoon Paul Schwarz* op dezelfde wijze vanwege het ‘kopgeld’ is opgepakt, in het plaatsje Chaumont-Gistou, maar zich wist vrij te praten.

Vervolg

België was in september 1944 weer vrij gebied. In juli 1945 kwam de familie Van Witsen terug naar Nederland. Personeelschef Bouman ging direct op bezoek. Hij schreef erover in zijn dagboek: “Daarna naar Mev. v. Witsen. Die logeert bij kennissen, daar eigen huis niet vrij is, hoewel er meubelen van haar in staan. Van haar man sinds zijn arrestatie niets gehoord. Is nog 5 dagen in Brussel gevangen geweest, daarna over Westerbork naar Duitschland. Zoo’n tranport ging er om de 2 maanden, het was ’t laatste dat ging, want enkele weken later werd Brussel bevrijd. De familie heeft verder geen enkele last ondervonden.”

Huwelijk

Serliena zelf hertrouwde in 1953 met Simon Witjas (1883). Ze overleed op 11 oktober 1997 in Amsterdam, 95 jaar oud. Haar zoon Maurits van Witsen werd ingenieur en professor in de spoorwegkunde te Delft.

Voetnoten

1 Plaquette Polak & Schwarz; Mededelingen van Gerard Duijf en Paul Schwarz (2003) en Maurits van Witsen (oktober 2012); NIOD, Aanvullend jaarverslag Polak & Schwarz (p. 3); Gezinskaart Amsterdam; www.joodsmonument.nl; Filmproject Monumenten Spreken; Oorlogsdagboek van Andries Bouman uit Zaandam, personeelschef van Polak & Schwarz

2 Dit aantal kan niet juist zijn. In mei 1944 stierven in Auschwitz in totaal 431 personen

3 Brief van Judith van Witsen aan de auteur d.d. 16 mei 2003. Deze bevatte ook enige datumcorrecties

4 http://members.home.nl/vries-de-j/genofiles/kolthoff/kolthoff.htm