Zeldenrust (Leo)

Laatste wijziging: 6 mei 2016

Gezin Leo Zeldenrust (Amsterdam, 5-11-1905 � Koog aan de Zaan, 26-12-1966) en Gerarda (‘Gerda’) Zeldenrust-de Rosa (Amsterdam, 26-1-1908 � Amsterdam, 4-3-2012) met Elly Branca (Koog aan de Zaan, 17-1-1939)1

Het echtpaar Zeldenrust was in december 1937 uit Amsterdam gekomen. Daar woonden zij op de Smaragdstraat 22 II. In 1941 leefde daar Leo’s zuster Hester. Hun moeder Branca Zeldenrust-Roos had de woning op de begane grond (22 hs). Leo en Gerarda betrokken in Koog aan de Zaan het huis aan de Dahliastraat 37.

Polak & Schwarz

De verhuizing zal hebben samengehangen met het werk van beiden. Volgens de gezinskaart was Leo nog kantoorbediende bij de essencefabriek Polak & Schwarz* in Zaandam. In 1941 was hij er ‘chef-correspondent Overzee’. Begin 1939 werd de dochter van Leo en Gerarda Zeldenrust geboren, Elly.

Aanmelding

Het echtpaar leverde de aanmeldingsformulieren ‘vanwege joods bloed’ op 20 februari 1941 in op het gemeentehuis van Koog aan de Zaan en kreeg drie Bewijzen van Aanmelding terug. Op de persoonskaart kwamen drie J’s te staan. Het hele gezin stond op de burgemeesterslijst van 3 maart 1942. Gerarda ‘de Rosa’ werd op de politielijst echter abusievelijk als alleenstaande beschouwd. De fout werd verbeterd en het hele gezin Zeldenrust-de Rosa moest op of rond 30 maart 1942, met achterlating van de inboedel en de huissleutels, naar Amsterdam vertrekken.

Amsterdam

De gemeente Koog aan de Zaan had de Amsterdamse adressen van de verdreven bewoners niet opgenomen, maar werd er door het hoofd van de Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters J.L. Lentz in november 1942 toe gedwongen ze uit te zoeken. Het gezin Zeldenrust-de Rosa bleek, in ieder geval vanaf 12 november, op de Transvaalstraat 124 II te wonen. Dat was de woning van Andries Neftali de Rosa (1877) en Eva de Rosa-Emmerik (1874), de ouders van Gerarda. Het bejaarde echtpaar was al vroeg ‘gehaald’ en werd op 23 november 1942 in Auschwitz vermoord. Een andere bron geeft aan dat het gezin feitelijk bij een broer van Gerarda woonde (zie Leo Zeldenrust* in Zaandam).

Oude woning

De Beaufragte van de Rijkscommissaris voor Noord-Holland wilde in januari 1943 weten of de woningen van de ‘geëvacueerden’ leeggehaald, opnieuw bewoond of in beslag genomen waren. De gemeente kon de vragen positief beantwoorden. De firma Puls -die zo berucht zou worden bij de ontruimingen in Amsterdam- of een collega-bedrijf was begin mei langsgekomen. De ‘arische’ eigenaar, de Noord-Holland van 1845, had na het leeghalen een nieuwe huurder gevonden voor de vijfkamerwoning. Hij heette J. Kaper, zo blijkt uit een brief van de Koogse politieman Klaas van Doeland aan de Zentralstelle (14-5-1942). Er was echter een klacht. De Hausraterfassung was niet grondig genoeg geweest. Er stonden nog spullen van de heer Zeldenrust in het huis, zij het ‘van weinig waarde’. Ze werden zo lang in een verzegelde kamer gezet.

Ontslag

Het is onzeker hoe lang en vanaf wanneer het gezin feitelijk op de Transvaalstraat woonde. Leo kon nog wel enige tijd in Zaandam blijven werken bij Polak & Schwarz. Zijn naam stond begin mei 1940 samen met die van Louis Groen op de ontslaglijst. Het joodse Polak & Schwarz kreeg geen krediet meer van de bank. Een maand later vond de directie echter de Amsterdamsche Bank bereid en was het ontslag van de baan.

Ster

In mei 1942 werd voor joden de gele ster verplicht en in juni 1942 een reisvergunning. De personeelschef van Polak & Schwarz, Andries Bouman, schreef in zijn dagboek: “De Joden moeten nu een ster dragen op de linkerborst. Op 2 Juni werden hun reisvoorzieningen ingetrokken. Voortaan moeten ze er een aanvragen bij de Duitsche autoriteiten i.p.v. bij de Joodsche Raad. Er waren de vorige week nog niet veel vergeven. De rest bleef dus thuis. In Amsterdam en Koog a/d Zaan.” Omdat uit Koog Joseph Fransman al in februari was ondergedoken, zal hij hier Leo Zeldenrust hebben bedoeld. Mogelijk kwam de reisvergunning er alsnog. Het bedrijf werd door de bezetter als ‘kriegswichtig’ gezien en probeerde zoveel mogelijk personeel te houden.

Lees meer

Onderduik

Toen werken bij Polak & Schwarz te gevaarlijk werd, bood zijn collega Cor Flipse hem onderdak aan. Gerarda en Elly doken onder ‘in een Zuid-Hollands stadje’.2 Leo Zeldenrust was steeds een maand bij het echtpaar Flipse en dan weer een maand op een ander adres, in Amsterdam. Toen dat niet meer kon, bleef hij in Zaandam. Na anderhalf á twee jaar vond er een overval plaats op het onderduikadres van Gerarda en Elly, terwijl zij net op bezoek waren in Delft. Ze konden niet terug. Zo was begin 1944 het hele gezin ondergedoken bij het echtpaar Flipse-Koning. Het is wonderlijk genoeg goed gegaan. Sommige buren merkten wel iets, maar hielden hun mond. Na enige tijd kwam ook een oom van Gerarda naar de Nicolaas Maesstraat. Leo bekommerde zich daarnaast om andere leden van de familie De Rosa, door hen onderduikadressen en voedsel te verschaffen. Leo, Gerarda en Elly maakten in Zaandam de bevrijding mee.

Verwanten

Gerarda’s ouders werden op 23 november 1942 in Auschwitz vermoord. De moeder van Leo onderging er hetzelfde lot op 12 februari 1943, zijn zuster Hester werd op 9 april 1943 in Sobibor vergast.

Schijveschuurder

Het gezin Zeldenrust en hun helpers kwamen levend en wel de oorlog door. De personeelschef van Polak & Schwarz bezocht hen op de dag van de bevrijding: “Wat een blijdschap en een herademing”, schreef hij hierover in zijn dagboek. In 1948 zat er bij Kees Kokernoot* in de eerste klas van Openbare School A een Leo Zeldenrust, die ook wel Leo (‘Boy’) Schijveschuurder werd genoemd. Kees’ verhaal klopt. Leo Schijveschuurder* (Amsterdam, 20-6-1942) was een pleegzoon, die in 1947 bij het gezin Zeldenrust kwam en als onderduikbaby in Wormerveer opgenomen was geweest. Leo herinnerde zich uit zijn Koogse tijd dat juffrouw Scheffener de onderwijzeres van de eerste klas was. Hij werd om verwarring met de pleegvader te voorkomen ‘Boy Zeldenrust’ genoemd, ook op school. Boy was ook zijn onderduiknaam geweest. Leo Schijveschuurder woonde tot zijn 18de in de Zaanstreek. Hij vond er in 1975 werk bij het Medisch Opvoedkundig Bureau (MOB) in de Frans Halsstraat en als gezinstherapeut bij de RIAGG. Het verhaal van zijn onderduiktijd kon Leo eind jaren ’80 reconstrueren, mede dankzij het tv-programma Spoorloos. Na de oorlog bleken alleen een grootmoeder en twee broers van zijn moeder de Sjoa te hebben overleefd.

Zie ook gezin Leo Zeldenrust* in Zaandam.

Voetnoten

1 Aanmeldingslijsten maart 1941, nummer 11 (3 pers.) en najaar 1942, nummer 28-30; Burgemeesterslijst nummer 24, 27-28; Politielijst dertiende (doorgestreept) en vijftiende adres; H9; Verzeichnis Judenwohnungen; Gezinskaart; Mededelingen Meijer Kokernoot (april 1999), J. Spalter in Wormer (1999) (zie onder Wormerveer), G. Duyf in Koog aan de Zaan (december 2002), Corrie Lammes in Uitgeest (februari 2003), C. Flipse in Zaandam (januari 2003), Elly Zeldenrust (juni 2005), Eva Cohen-de Rosa (9-3-2012)�en Leo Schijveschuurder, juni 2005; Oorlogsdagboek van Andries Bouman

2 Mededeling van Cor Flipse