Zwarte, de (Joseph)

Laatste wijziging: 6 mei 2016

Joseph de Zwarte (Amsterdam, 29-5-1905 – Amsterdam, 31-10-1961) en zijn dochter Siena (‘Tini’) (28-5-1931 – Amsterdam, 21-7-2008)1

De uit Amsterdam (Zuider Amstellaan 129) afkomstige joodse familie De Zwarte (vader Joseph, moeder Jeannette, dochter, zwager en schoonzuster) zat de tweede helft van de oorlog ondergedoken in de kleine woning van de communist Willem Muts. Die woonde aan het Oudelandsdijkje in Purmerend. Daar woonde iets verderop een NSB’er en omdat de 12-jarige dochter Tini voor haar gezondheid meer in de buitenlucht moest vertoeven, verbleef ze regelmatig bij Aagtje de Groot-Muts (Purmerend, 17-2-1896) aan de Knollendammerstraat 4 in Wormer, een zuster van Willem Muts. Ze woonde daar met haar zoon Maarten de Groot (Wormer, 6-5-1927). Maarten kwam wekelijks langs bij zijn oom Willem, met etenswaren en boeken. Zijn broer werkte in Duitsland, zijn vader zat opgesloten in Dachau, dus er was genoeg plek voor een gast.

Tandpasta

Na de oorlog schreef Maarten de Groot zijn herinneringen op aan zijn ontdekking van de onderduikers: “Af en toe kwam ik nog wel eens op bezoek bij ome Wim. Zo ook in het najaar van 1943, maar de deur was op slot, wat nooit gebeurde. Ik klopte op de deur en na enige tijd kwam ome Wim en hij verontschuldigde zich voor de vaste deur. Toen ik binnenkwam viel mij direct op, dat alles zo netjes was in zijn woonkamertje. Na enige tijd zag ik een tube tandpasta liggen. Hij gebruikte dit nooit, want hij pruimde af en toe op tabak. Ome Wim stond op en zei tegen mij: “Ik heb onderduikers, ik haal ze even van boven.” En hij kwam terug met twee echtparen en een dochter van 12 jaar, allen van Joodse afkomst.”

Huisje

“Ik stond perplex, ik begreep er niets van… in dat kleine huisje, een woonkamer van 4×6 meter, boven 1 slaapkamer met een tweepersoons bed en twee bedsteden, verder een ladder naar een donker zoldertje zonder dakraam. Beneden was een aanbouw aan de kamer met één kraan voor water boven een klein gietijzeren wasbakje, een tafeltje met twee petroleumstellen en een gasbrander met tankje. Geen keukenkasten, alleen wat planken aan de wand voor pannen. Verder nog een schuur en een plee boven de sloot. De gezichten van deze mensen waren vol spanning en angst. Het was een afschuwelijke situatie, die ik nooit zal vergeten. Na deze ontmoeting ging ik regelmatig bij hen op bezoek en bracht ik meel en koolzaadolie voor hen mee, en ook kleding, boeken en tijdschriften.”

Inval

Op 6 februari 1945 werd op aanwijzing van NSB-buurman Hendrik Muts (geen familie) een inval gedaan op het onderduikadres aan het Oudelandsdijkje. Alleen vader Joseph de Zwarte slaagde er in om de schuilkelder te bereiken en bleef onontdekt. De anderen (ook Tini) werden afgevoerd in een vrachtwagen waarin ook twee opgepakte verzetsmensen zaten. “De Duitsers kwamen en het leek wel of ze met tegenzin die mensen hebben weggehaald. Het waren gewone soldaten, geen SS’ers”, zou Maarten de Groot later vertellen.

Verzetsmensen

Op dezelfde dag als de familie De Zwarte arresteerden de Duitsers twee verzetsmensen: Klaas de Boer uit Purmerend en Egbert Snijder uit Edam. Een plan van de regionale Knokploeg om beide verzetsleiders te bevrijden mislukte, toen bleek dat ze tezamen met de joodse familie van Purmerend naar de gevangenis aan de Amsterdamse Weteringschans werden vervoerd. Zes dagen na hun aanhouding werden De Boer en Snijder in Haarlem gefusilleerd. Daarbij werd onder andere ook de Zaandamse verzetsman Walraven van Hall doodgeschoten.

Gevangenis

De slachtoffers werden verdeeld over de gevangenissen aan de Weteringschans en de Amstelveenscheweg in Amsterdam en vervolgens, op 14 maart, naar Westerbork gebracht. Daar is de familie door de Canadezen bevrijd. Joseph de Zwarte, voor de oorlog een handelaar in ‘radioartikelen’, is in de tussentijd ondergebracht bij Aagtje de Groot-Muts en haar zoon in Wormer. Toen er aan het eind van de oorlog gevreesd werd voor verraad, bleef Joseph de Zwarte korte tijd bij het gezin van Jan Ofman (Jisp, 10-1-1888) en Dieuwertje Woud (6-5-1888), aan de Zandweg 126. Daar bleef hij tot de bevrijding. Via het Nationaal Steunfonds kreeg zijn onderdakgever maandelijks 80 gulden om te voorzien in de eerste levensbehoeften.

Na de oorlog

Na de bevrijding, voor Jeanette en Tini de Zwarte op 12-4-1945, kwam de rest van de familie De Zwarte eveneens naar Wormer, waar zij nog een paar jaar hebben gewoond. Tini trouwde in 1952 met Siegfried Arnold Parsser (Amsterdam, 27-10-1927 Amsterdam, 25-2-2013), eveneens een kampslachtoffer. In het jaar van huwelijk vertrok het echtpaar naar de Verenigde Staten, samen met Jeannette en Joseph de Zwarte. Ze konden er niet aarden en keerden een jaar later terug naar Nederland. Daar werden twee kinderen geboren: Marion en John.

Alijah

Tini werd in de jaren ’80 onder meer bestuurslid van de Stichting Vrienden van de Jeugd Alijah en was de motor achter de Rosh Hasjana-actie. Het grootste deel van de opbrengst kwam ten goede aan het Israëlische jeugddorp Hodayot, waar onder andere kinderen uit Ethiopië werden opgevangen.

Voetnoten

1 Groot, M. de Onderduiken in Waterland; NIOD-archief 185b, inventarisnummer 9d; Heere, P., De Eerebegraafplaats te Bloemendaal; Dagblad Zaanstreek (10-3-2010); www.online-familieberichten.nl; Gemeentearchief Amsterdam, gezinskaart; Informatie van Frank Tjeertes uit Wormer (27-7-2014); bevrijdingsportretten.nl